Hoofdtekst
Hensgen Geus zou volgens verteller een figuur zijn geweest uit de bokkenrijders-tijd, die in de Horner hei, aan de overkant van de Maas is opgeknoopt. Deze was aanvoerder van een bende, die Zuid-en Midden-Limburg onveilig maakte.
Op zekere avond was een knecht van een boerenhoeve gaan "buurten". Op de weg naar huis was hij gaan schuilen nabij een kapelletje. Toen hij daar goed en wel stond zag hij een groepje mensen aankomen. Hij verborg zich en hield zich heel stil. Intussen hoorde hij dat door hen plannen werden gemaakt om te gaan inbreken en wel op de boerderij waar hij als knecht diende. Toen de bui over was ging hij langs de kortste weg terug naar de boerderij waar hij zijn baas met een en ander op de hoogte bracht. Beiden waren stevige kerels. Het wachtwoord van de bende was "duvelderie" en het antwoord moest die avond luiden: "hekserie". De gewoonte van de bende was naar binnen te kruipen door het keldergat.
Tijdens de tocht van de bende naar de boerderij vloog in het bos plotseling een uil op. De hoofdman veranderde het antwoord op het wachtwoord. Het zou namelijk moeten luiden: "Nachtuul".
Aangekomen bij de boerderij kroop de eerste van de bende naar binnen. Boer en knecht stonden hem op te wachten, gaven hem een slag dat hij dood was. De volgende wilde naar binnen komen en zei het wachtwoord: "Duvelderie", geantwoord werd: "hekserie" (inplaats van het nieuwe wachtwoord "nachtuul")
De bende merkte dat ze bedrogen was en eiste het lijk terug te geven door het keldergat. Zo niet dan zou de rode haan over de boerderij kraaien. Het lijk werd teruggegeven. Maar de bende is later ingerekend en door de schout veroordeeld.
Op zekere avond was een knecht van een boerenhoeve gaan "buurten". Op de weg naar huis was hij gaan schuilen nabij een kapelletje. Toen hij daar goed en wel stond zag hij een groepje mensen aankomen. Hij verborg zich en hield zich heel stil. Intussen hoorde hij dat door hen plannen werden gemaakt om te gaan inbreken en wel op de boerderij waar hij als knecht diende. Toen de bui over was ging hij langs de kortste weg terug naar de boerderij waar hij zijn baas met een en ander op de hoogte bracht. Beiden waren stevige kerels. Het wachtwoord van de bende was "duvelderie" en het antwoord moest die avond luiden: "hekserie". De gewoonte van de bende was naar binnen te kruipen door het keldergat.
Tijdens de tocht van de bende naar de boerderij vloog in het bos plotseling een uil op. De hoofdman veranderde het antwoord op het wachtwoord. Het zou namelijk moeten luiden: "Nachtuul".
Aangekomen bij de boerderij kroop de eerste van de bende naar binnen. Boer en knecht stonden hem op te wachten, gaven hem een slag dat hij dood was. De volgende wilde naar binnen komen en zei het wachtwoord: "Duvelderie", geantwoord werd: "hekserie" (inplaats van het nieuwe wachtwoord "nachtuul")
De bende merkte dat ze bedrogen was en eiste het lijk terug te geven door het keldergat. Zo niet dan zou de rode haan over de boerderij kraaien. Het lijk werd teruggegeven. Maar de bende is later ingerekend en door de schout veroordeeld.
Onderwerp
TM 3114 - De Bokkenrijders   
Beschrijving
Werkwijze van bokkenrijders bij inbraak.
Bron
Collectie Linssen, verslag 8, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Hensgen Geus   
Horner   
Maas   
Midden-Limburg   
Zuid-Limburg   
