Hoofdtekst
I. De bedelaar. In een bosrijke omgeving van Haelen lag een groot kasteel, bewoond door een zeer rijke heer, zonder geloof. Op een kerstavond gaf hij een groot feest. Tijdens het feest meldde zich aan de poort een bedelaar die om wat eten vroeg. De lakei bracht de boodschap over aan zijn heer. Maar de heer had geen tijd om zich daarmee te bemoeien. De arme drong aan en vroeg hem tenminste iets van zijn eigendom te geven. (achteraf bleek de bedelaar een broer te zijn van de kasteelheer) De heer liet de arme met honden van zijn deur jagen en het feest ging door: midden in de nacht klokslag twaalf, zonk het kasteel in de bodem weg en een grote diepe plas ontstond op de plaats waar het verzonken was. Luistert men in de kerstnacht, dan hoort men in de diepte klokkeklanken. De plaats, tegenwoordig een herstellingsoord voor mijnbeambten, heet thans de "Bedelaar".
Onderwerp
SINSAG 1141 - Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschluckt.   
SINSAG 0980 - Der Glockenpfuhl.   
Beschrijving
Weigeren om bedelaar iets te geven; kasteel verzinkt om middernacht tijdens feest op kerstavond, waarna tijdens kerstnacht klokgelui is te horen.
Bron
Collectie Linssen, verslag 45, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Bedelaar   
Naam Locatie in Tekst
Haelen   
Plaats van Handelen
Haelen   
