Hoofdtekst
Ja, ehm.. we hadden de Chef Ondergronds Bedrijf, de heer Poulssen indertijd, die stond erom bekend dat ie eh.. altijd in parabelen sprak. En eh… vooral in de beginjaren was het een beetje onduidelijk wat ie bedoelde. Ehm… was namelijk zo dat een kolenlaag die was nooit helemaal zuiver, daar zat wel eens wat steen tussen en eh.. dan werd dat op bepaald hoeveel stenen dat je per wagen kolen mocht sturen. En bleef je daaronder dan eh.. kregen de mensen steenpremie en kwam je d’r boven dan kregen de mensen steenboete.
En… wanneer d’r dan een treintje vol naar de schacht vertrokken was, dan was er aan de schacht iemand die moest een aantal wagens moest ie merken met een eh.. met een pin, met een nummer d’r op. Die we.. wagens werden dan boven apart gezet en dan werden daar de stenen uitgehaald en gewogen en dat bepaalde dan het steengewicht voor die dag. En dan kwam je wel eens aan de schacht dan stond het treintje van jouw afdeling dat stond er nog en dan eh.. zag je die drie wagens die gemengd waren en dan was je d’r als de kippen bij om daar de stenen vanaf te halen en op die andere wagens te gooien en dan had je weer een paar kilo steengewicht verdiend. Maar dat lukte natuurlijk niet altijd en eh.. de administratie die verwerkte dat en dat kwam allemaal in het eh.. in de specificatie heette dat, dat was een boek daar stonden alle gegevens van je afdeling in en als je dan te vee.. te veel stenen gestuurd had dan moest je bij de chef op het matje komen. En dan begon dat zo in de geest van eh..: “Jóng, dien vrouw die bak toch ouk wal ens kiersjevlaai?
“Jao, chef.”
“En eh.. wat duis-te dan met de pitten?”
“Ja, chef, mien vrouw die bak kiersjevlaai zónger pitten.”
“Ja, nee, nee, dat mein ich neet. Die pitten zitten nog d’r in.”
“Ja, dan speej ich die oet.”
“Ja, juuste, det mein ich. Det mós doe noe ooch mit die sjtein doon. Die sjiks-te mich allemaol mit, die mós-te mich tr’oet haolen.”
Nou, en dan wist je het wel weer wat ie bedoelde.
En ehm.. ja, op die manier waren d’r allerlei van die vreemde uitdrukkingen en parabels waar je achteraf om moet lachen maar waar je op een, soms leuke manier, soms minder leuke manier, aan je verstand gebracht werd wat er van je verwacht werd.
En… wanneer d’r dan een treintje vol naar de schacht vertrokken was, dan was er aan de schacht iemand die moest een aantal wagens moest ie merken met een eh.. met een pin, met een nummer d’r op. Die we.. wagens werden dan boven apart gezet en dan werden daar de stenen uitgehaald en gewogen en dat bepaalde dan het steengewicht voor die dag. En dan kwam je wel eens aan de schacht dan stond het treintje van jouw afdeling dat stond er nog en dan eh.. zag je die drie wagens die gemengd waren en dan was je d’r als de kippen bij om daar de stenen vanaf te halen en op die andere wagens te gooien en dan had je weer een paar kilo steengewicht verdiend. Maar dat lukte natuurlijk niet altijd en eh.. de administratie die verwerkte dat en dat kwam allemaal in het eh.. in de specificatie heette dat, dat was een boek daar stonden alle gegevens van je afdeling in en als je dan te vee.. te veel stenen gestuurd had dan moest je bij de chef op het matje komen. En dan begon dat zo in de geest van eh..: “Jóng, dien vrouw die bak toch ouk wal ens kiersjevlaai?
“Jao, chef.”
“En eh.. wat duis-te dan met de pitten?”
“Ja, chef, mien vrouw die bak kiersjevlaai zónger pitten.”
“Ja, nee, nee, dat mein ich neet. Die pitten zitten nog d’r in.”
“Ja, dan speej ich die oet.”
“Ja, juuste, det mein ich. Det mós doe noe ooch mit die sjtein doon. Die sjiks-te mich allemaol mit, die mós-te mich tr’oet haolen.”
Nou, en dan wist je het wel weer wat ie bedoelde.
En ehm.. ja, op die manier waren d’r allerlei van die vreemde uitdrukkingen en parabels waar je achteraf om moet lachen maar waar je op een, soms leuke manier, soms minder leuke manier, aan je verstand gebracht werd wat er van je verwacht werd.
Beschrijving
Een kolenlaag bevatte, naast steenkool, ook steen. Per laag werd bepaald hoeveel stenen je per wagen kolen naar boven mocht sturen. Bleef je daar onder dan kreeg je steenpremie, kwam je erboven dan kreeg je een steenboete.
Eén chef in de kolenmijn stond erom bekend dat hij altijd in parabelen sprak. Het was, zeker in het begin, niet altijd gemakkelijk om te begrijpen wat hij bedoelde. Zo vergeleek hij stenen in de kolen met pitten in de kersenvlaai: die moet je eruit halen.
Eén chef in de kolenmijn stond erom bekend dat hij altijd in parabelen sprak. Het was, zeker in het begin, niet altijd gemakkelijk om te begrijpen wat hij bedoelde. Zo vergeleek hij stenen in de kolen met pitten in de kersenvlaai: die moet je eruit halen.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
- Verteller onbekend. VODA_043_01 t/m 15 worden verteld door dezelfde persoon. Hij werkte vanaf 1940 in de kolenmijn.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 25 juli 1973 zijn opgenomen.
De chef ondergrondse bedrijven (chob) Nikkela Poulssen van de Staatsmijn Maurits, zie:
- https://www.limburger.nl/regio/sittard-geleen/nikkela-poulssen-1896-1963-chob-van-de-staatsmijn-maurits/22201254.html
- https://www.demijnen.nl/actueel/nieuws-item/mauritsmars-terug-geleen
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 25 juli 1973 zijn opgenomen.
De chef ondergrondse bedrijven (chob) Nikkela Poulssen van de Staatsmijn Maurits, zie:
- https://www.limburger.nl/regio/sittard-geleen/nikkela-poulssen-1896-1963-chob-van-de-staatsmijn-maurits/22201254.html
- https://www.demijnen.nl/actueel/nieuws-item/mauritsmars-terug-geleen
Naam Overig in Tekst
Chef Ondergronds Bedrijf   
de heer Poulssen   

