Hoofdtekst
V1: verteller 1
V2: verteller 2
V2: [fluitende vogels op de achtergrond] Die typische mienwerkers, d’woe-t-ge net euver vertellen, die typische mienwerkersgasten of zo.
V1: Ja, typische.. typische mijnwerkersgasten. Daar waren mensen bij die hadden zo van die.. van die hele typische eigenschappen. Bijvoorbeeld we hadden het Geitje, die stond in de hele mijn bekend. Die eh.. als je daarbij kwam ondergronds, dan begon ie dus A. als een geit te mekkeren en B. als je langs ‘m liep, dan eh.. beet ie je in de schouder.
Dat waren handige lui die dat klaarspeelden, want die.. die waren bij iedereen bekend en aan de schacht, daar werd ie door iedereen aangeroepen van: “Ha, Geitje!” Nou, en dan mekkerde die weer. Maar omdat iedereen hem kende, kon die zich ook van alles permitteren. Die wisten zich op een handige manier langs het zware werk te strijken, want ja, het Geitje kon zich dat permitteren.
Eh.. zo hadden we Johan de Rus, dat was een Maastrichtenaar die.. die van oudsher van Russische afkomst was. Nou, Johan die werkte ook nooit graag hard. En ehm.. in de pijler, als er dus kolen uitgehaald moest worden, dan had je die platten, dat waren die doorgezaagde boomstammen, van 2 meter 20, dan moest dus dat pand over een breedte van 2 meter 20 ontkoold worden. Want dat plat moest erin. Nou, Johan die eh.. haalde dan zijn 4 platten en dan ging die ergens een zaag halen en dan sneed ie d’r 20 centimeter vanaf. En zodoende hoefde Johan 20 centimeter minder kool d’r uit te halen. En dat wa.. viel natuurlijk onmiddellijk op, want die.. die kolenwand die liep dan mooi recht, maar als je bij Johan kwam, dan sprong die plotseling 20 centimeter naar voren. En dan was ’t steevast: “Johan, wat heb jij gedaan?”
“Ja,” zei Johan, “ich platten hals abschneiden.”
En zo kreeg Johan, die kreeg de bijnaam Johan Hals Abschneiden.
V2: verteller 2
V2: [fluitende vogels op de achtergrond] Die typische mienwerkers, d’woe-t-ge net euver vertellen, die typische mienwerkersgasten of zo.
V1: Ja, typische.. typische mijnwerkersgasten. Daar waren mensen bij die hadden zo van die.. van die hele typische eigenschappen. Bijvoorbeeld we hadden het Geitje, die stond in de hele mijn bekend. Die eh.. als je daarbij kwam ondergronds, dan begon ie dus A. als een geit te mekkeren en B. als je langs ‘m liep, dan eh.. beet ie je in de schouder.
Dat waren handige lui die dat klaarspeelden, want die.. die waren bij iedereen bekend en aan de schacht, daar werd ie door iedereen aangeroepen van: “Ha, Geitje!” Nou, en dan mekkerde die weer. Maar omdat iedereen hem kende, kon die zich ook van alles permitteren. Die wisten zich op een handige manier langs het zware werk te strijken, want ja, het Geitje kon zich dat permitteren.
Eh.. zo hadden we Johan de Rus, dat was een Maastrichtenaar die.. die van oudsher van Russische afkomst was. Nou, Johan die werkte ook nooit graag hard. En ehm.. in de pijler, als er dus kolen uitgehaald moest worden, dan had je die platten, dat waren die doorgezaagde boomstammen, van 2 meter 20, dan moest dus dat pand over een breedte van 2 meter 20 ontkoold worden. Want dat plat moest erin. Nou, Johan die eh.. haalde dan zijn 4 platten en dan ging die ergens een zaag halen en dan sneed ie d’r 20 centimeter vanaf. En zodoende hoefde Johan 20 centimeter minder kool d’r uit te halen. En dat wa.. viel natuurlijk onmiddellijk op, want die.. die kolenwand die liep dan mooi recht, maar als je bij Johan kwam, dan sprong die plotseling 20 centimeter naar voren. En dan was ’t steevast: “Johan, wat heb jij gedaan?”
“Ja,” zei Johan, “ich platten hals abschneiden.”
En zo kreeg Johan, die kreeg de bijnaam Johan Hals Abschneiden.
Beschrijving
Verhaal over een paar typische gasten die in de kolenmijn werkten, zoals het Geitje en Johan Hals Abschneiden.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
- Verteller onbekend. VODA_043_01 t/m 15 worden verteld door dezelfde persoon. Hij werkte vanaf 1940 in de kolenmijn.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 25 juli 1973 zijn opgenomen.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 25 juli 1973 zijn opgenomen.
Naam Overig in Tekst
het Geitje   
Johan de Rus   
Maastrichtenaar   
Russische   
Johan Hals Abschneiden   

