Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VRIES000801 - WEERWOLVEN IN GROENENDIJK. (Hontenisse)

Een sage (mondeling), zaterdag 14 april 1962

Hoofdtekst

WEERWOLVEN IN GROENENDIJK. (Hontenisse)

Op de "Schapershof" in de Schaperspolder bij "Door" Kegelaer, daar moet U eens gaan praten", zegt me een kennis, die ik in Groenendijk op één van mijn "spookkruistochten" toevallig ontmoet.
't Wordt - zelfs voor een doorgewinterde Zeeuws-Vlaming - even zoeken, maar dan zit ik rond 2 uur in de middag in de ouwerwetse kamer van de boerderij, waar "baas Kegelaar" me met genoegen ontvangt.
Een geboren verteller, maar ook - neen juist bij deze lieden moet men een taai geduld bezitten.
Al vlug blijkt me, dat het minder moeilijk is, hem aan de praat te krijgen dan hem in de richting te krijgen, waar ik hem hebben wil!
"'k Ben in 1881 geboren, meneer en 'k gevoel me nog heel wel.
Onze jonge tijd had toch ook veel moois! 'k Herinner me, als jongen van 10 of 11 jaar, hoe gezellig het swintersavonds kon zijn bij Grootvader op de boerderij. Een paar geburen, een enkele maal ook mijnheer Pastoor kwamen dan menig keer wat praten. Hun lange pijp hing voor het grijpen terzijde van de schoorsteen en als ze die hadden opgestoken kwamen er soms vreemde verhalen los!
Op zekeren avond, dat ze weer bijeen zijn en de gesprekken weer een wat vreemde kant uitgaan, zegt mijn grootvader: "Kende gulder de geschiedenis van de "weerwolven" rond Groenendijk? Niet? Nu, dan zal ik daarover eens wat over vertellen, dan kun-de horen, wat mijn vrouw, toen nog mijn meisje daar is overkomen.
En zo goed en gespannen heb ik geluisterd, meneer, dat ik bij wijze van spreken, hier grootvader zelf nog aan het woord laat komen:
"'t Was in de jaren 1840/1845, dat mijn meisken, Elisabeth Buijsrogge, die onder Ossenisse op het gehucht "Strooienstad" op een boerderij woonde, te voet naar Groenendijk ging bij een kennis, op z.g. "meiskesvisite." Ze zal toen 18 jaar oud zijn geweest. Op zulk een visite, die alleen in het najaar of in de winter werden gehouden, want szomers had ieder het te druk op 't land, werd veel gepraat over de laatste dorpsnieuwtjes en als het zo uitkwam ook lekker gesmuld!
Het plan rijst bij de "bazin", vandaag eens wafels te bakken, van die grote ronde "vijfharten". Buurvrouw ziet daar niet tegen op, maar haar wafelijzer is de laatste keer doorgebrand. Geen nood; dan maar even lenen bij een naaste buur. De "koeter" (koewachtersjongen), een goed uitgegroeide maar wat achterlijke knaap van 15 jaar moet er dan maar op af. 't Is al wat duister, maar de belofte, dat hij zal mogen meesmullen verdubbelt zijn ijver.
De "Koeter" keert na enige tijd terug, het ijzer, waaraan de gebruikelijke lange steel in de hand. Bij de boerderij teruggekeerd, waar tussen 2 zware palen het damhek is opgehangen, wil hij het hek openen, maar hoort boven zijn hoofd een soort van grollend, borrelend geluid. In de schemerdonker ziet hij wat zwarts boven op één der palen. En als de jongen, die van nature niet bang is uitgevallen, naderbij treedt, ziet hij een vage figuur met grote open muil en een soort van klauwen.
De jongen aarzelt geen ogenblik en slaat met het wafelijzer in de richting van de vreemde verschijning, die onder het uiten van een rauwe kreet in de naastliggende sloot terecht komt. Als het na een ogenblik stil is geworden, sluit de jongen het damhek en gaat de woning binnen, waar hij het ijzer aan de boerin geeft, die in de keuken het beslag al heeft klaargemaakt.
Ontdaan staan de meiskes en de bazin bijeen, want ze hebben daarbinnen de rauwe kreet zeer goed vernomen. "Hebt ge buiten niets gezien of gehoord?" vragen ze de koeter.
"Ja," zegt hij, "er was een soort van spook bij het damhek dat tegen mij grolde."
De baas, die in de stal aan het werk is geweest komt er nu ook bij en met een knecht, die een lantaarn heeft aangestoken, gaan ze kijken wat er aan de hand kan zijn.
Bij de sloot gekomen zien ze daar een zwarte massa in het water drijven. Wanneer ze dit met veel moeite op het droge hebben gekregen, ligt daar voor hen uitgestrekt, dood, een manspersoon, gehuld in een soort van wolfsvel, de schedel ingeslagen, naar dan al vlug blijkt, met het wafelijzer, waarop de sporen daarvan nog duidelijk zijn te zien.
"'k Behoef U niet te zeggen, zo eindigt grootvader zijn verhaal, dat er dien avond van wafelbakken niets meer is gekomen!"
Achteraf bleek, dat een in de naaste omgeving slecht bekend staande figuur het slachtoffer was geworden van zijn eigen dwaasheden.

Onderwerp

VDK 1676 F*    VDK 1676 F*   

ATU 1676 - The Pretended Ghost    ATU 1676 - The Pretended Ghost   

Beschrijving

Man die voor weerwolf speelt wordt gedood.

Bron

Collectie De Vries, verslag 8, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

Schapershof    Schapershof   

Schaperspolder    Schaperspolder   

Groenendijk    Groenendijk   

Elisabeth Buijsrogge    Elisabeth Buijsrogge   

Naam Locatie in Tekst

Hontenisse    Hontenisse   

Plaats van Handelen

Hontenisse    Hontenisse   

Kloosterzande    Kloosterzande