Hoofdtekst
EEN BIJZONDERE GAVE.
Ik zal U nu nog één verhaal doen, dat al een tijdje is geleden, maar waarvan U enkele feiten wel bekend zullen zijn (en dat was inderdaad ook het geval).
Aan de Keersluis bij Vlissingen werd op een nacht, Zaterdag of Zondag, dat weet ik niet precies, een vrij bejaard echtpaar van half de zestig jaar, die daar een café hielden, vermoord aangetroffen.
Twee jongens, die wat aangeschoten, daar het laatst waren gezien, zaten in Middelburg in voorarrest, als verdacht van deze moord.
Het was na de bevrijding en ik werd toen opgeroepen voor het kantongerecht te Middelburg te verschijnen, i.v.m. regeling van oorlogsschade aan mijn café. Bij mijn vertrek aldaar vergat ik mijn parapluie, gelukkig maar misschien, want men was juist naar mij aan het zoeken. De griffier vertelt mij dat de Kantonrechter mij even wil spreken. Ik dacht, wat moet die nog van mij weten. Wellicht ingelicht door politie uit Axel, begon hij erover, dat ik wel eens "beelden" zag en of ik hem niet kon helpen bij de ontraadseling van de dubbele moord in Vlissingen. Ik had er weinig zin in, maar dacht om de beide jongens, die misschien geen schuld hadden en toch verdacht werden. Ik zei de Kantonrechter, dat ze dan over enkele dagen maar eens iemand naar Axel moesten sturen, maar om geen opzien te baren liefst geen politieman. Thuisgekomen, heb ik over die moord nogeens wat in de kranten gelezen en erover nagedacht.
Dan, op een avond, zie ik in een hoek van de kamer tegen het plafond aan, het beeld verschijnen van een nog knappe oude vrouw, geheel in het wit gekleed; daarna verschijnt een mansfiguur met vage trekken, maar die een soort van "verplichte kleding" draagt, met daaronder een kort wit bediendenjasje.
"Dus toch de Hofmeester van de boot", zei die meneer, die me uit Vlissingen was komen opzoeken. Wat later ook juist bleek; maar die inmiddels was uitgeweken naar Buenos Aires.
Ik zal U nu nog één verhaal doen, dat al een tijdje is geleden, maar waarvan U enkele feiten wel bekend zullen zijn (en dat was inderdaad ook het geval).
Aan de Keersluis bij Vlissingen werd op een nacht, Zaterdag of Zondag, dat weet ik niet precies, een vrij bejaard echtpaar van half de zestig jaar, die daar een café hielden, vermoord aangetroffen.
Twee jongens, die wat aangeschoten, daar het laatst waren gezien, zaten in Middelburg in voorarrest, als verdacht van deze moord.
Het was na de bevrijding en ik werd toen opgeroepen voor het kantongerecht te Middelburg te verschijnen, i.v.m. regeling van oorlogsschade aan mijn café. Bij mijn vertrek aldaar vergat ik mijn parapluie, gelukkig maar misschien, want men was juist naar mij aan het zoeken. De griffier vertelt mij dat de Kantonrechter mij even wil spreken. Ik dacht, wat moet die nog van mij weten. Wellicht ingelicht door politie uit Axel, begon hij erover, dat ik wel eens "beelden" zag en of ik hem niet kon helpen bij de ontraadseling van de dubbele moord in Vlissingen. Ik had er weinig zin in, maar dacht om de beide jongens, die misschien geen schuld hadden en toch verdacht werden. Ik zei de Kantonrechter, dat ze dan over enkele dagen maar eens iemand naar Axel moesten sturen, maar om geen opzien te baren liefst geen politieman. Thuisgekomen, heb ik over die moord nogeens wat in de kranten gelezen en erover nagedacht.
Dan, op een avond, zie ik in een hoek van de kamer tegen het plafond aan, het beeld verschijnen van een nog knappe oude vrouw, geheel in het wit gekleed; daarna verschijnt een mansfiguur met vage trekken, maar die een soort van "verplichte kleding" draagt, met daaronder een kort wit bediendenjasje.
"Dus toch de Hofmeester van de boot", zei die meneer, die me uit Vlissingen was komen opzoeken. Wat later ook juist bleek; maar die inmiddels was uitgeweken naar Buenos Aires.
Beschrijving
Verschijning die vertelster ziet blijkt de moordenaar te zijn.
Bron
Collectie De Vries, verslag 9, verhaal 7 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Keersluis   
Naam Locatie in Tekst
Vlissingen   
Plaats van Handelen
Vlissingen   
