Hoofdtekst
EEN "BOZE VROUW" OP "d' OUW-KAPEL.
In onze buurt dan woonde een arm gezin, Jansen - vanRaamsdonck. Ze hadden vier kinderkens; het jongste lag, toen ik een meisje was van 14/15 jaar meestal nog in de wieg. Ik kwam daar dikwijls aan huis en zag wel dat de kinderen, de oudste was 6 jaar, niet waren 'lijk andere kinders. Ze waren alle erg zenuwachtig, hun handjes leken, net als hun voetjes krom gegroeid en dikwijls lagen er een paar te bed.
De buurvrouw, Vrouw Dhanis - haar man was schrijnwerker - kwam veel in huis bij vrouw Jansen. Deze had wel niet veel met vrouw Dhanis op, want ze had er al rare dingen over horen vertellen. Maar ja, ze was heel arm en vrouw Dhanis bracht altijd het een of ander mee, dat vrouw Jansen zo goed kon gebruiken.
En meneer, ge moet me geloven, want 'k heb het met eigen ogen gezien!
Op een namiddag - 't jongste kind, een manneke, zat in 't kinderstoeltje - en vrouw Dhanis knikte voortdurend tegen hem. En bij elke knik die ze gaf, draaide het hoofdje van het kind naar achteren, net zolang, tot zijn "wezen" (gezicht) geheel achterstevoren stond. Vrouw Jansen begon te gillen, maar vrouw Dhanis zei: "Waar maakt g'U ongerust over, zie, 't staat zo weer op de goede plaats en meteen maakt ze een handbeweging en komt langzaam het hoofdje weer goed te staan! Meneer, ‘k dacht dat ik het bestierf!
Vrouw Jansen werd erg bang voor vrouw Dhanis, maar ze dorst haar niet te weigeren, bij haar in huis te komen.
Dan gebeurde het ook, dat het kind in 't wiegske lag en maar steeds bleef huilen en kermen. Vrouw Jansen nam het eruit en toen ze het wiegske onderzocht bleken de lakens, of wat daarvoor moest doorgaan, vol te zitten met hele kleine kopspeldjes. Dat waren speldjes, die toen gebruikt werden in de mutsen die de oude vrouwkes droegen.
Toen vrouw Jansen er weer eens met haar man over had gesproken, besloot ze bij mijnheer Pastoor raad te gaan vragen.
En ge zult bemerken, meneer, dat ook mijnheer Pastoor er niet aan twijfelde, of vrouw Dhanis met haar vreemde kunsten was hieraan schuldig. En de Pastoor is toch een goed bestudeerd mens, nietwaar!
In onze buurt dan woonde een arm gezin, Jansen - vanRaamsdonck. Ze hadden vier kinderkens; het jongste lag, toen ik een meisje was van 14/15 jaar meestal nog in de wieg. Ik kwam daar dikwijls aan huis en zag wel dat de kinderen, de oudste was 6 jaar, niet waren 'lijk andere kinders. Ze waren alle erg zenuwachtig, hun handjes leken, net als hun voetjes krom gegroeid en dikwijls lagen er een paar te bed.
De buurvrouw, Vrouw Dhanis - haar man was schrijnwerker - kwam veel in huis bij vrouw Jansen. Deze had wel niet veel met vrouw Dhanis op, want ze had er al rare dingen over horen vertellen. Maar ja, ze was heel arm en vrouw Dhanis bracht altijd het een of ander mee, dat vrouw Jansen zo goed kon gebruiken.
En meneer, ge moet me geloven, want 'k heb het met eigen ogen gezien!
Op een namiddag - 't jongste kind, een manneke, zat in 't kinderstoeltje - en vrouw Dhanis knikte voortdurend tegen hem. En bij elke knik die ze gaf, draaide het hoofdje van het kind naar achteren, net zolang, tot zijn "wezen" (gezicht) geheel achterstevoren stond. Vrouw Jansen begon te gillen, maar vrouw Dhanis zei: "Waar maakt g'U ongerust over, zie, 't staat zo weer op de goede plaats en meteen maakt ze een handbeweging en komt langzaam het hoofdje weer goed te staan! Meneer, ‘k dacht dat ik het bestierf!
Vrouw Jansen werd erg bang voor vrouw Dhanis, maar ze dorst haar niet te weigeren, bij haar in huis te komen.
Dan gebeurde het ook, dat het kind in 't wiegske lag en maar steeds bleef huilen en kermen. Vrouw Jansen nam het eruit en toen ze het wiegske onderzocht bleken de lakens, of wat daarvoor moest doorgaan, vol te zitten met hele kleine kopspeldjes. Dat waren speldjes, die toen gebruikt werden in de mutsen die de oude vrouwkes droegen.
Toen vrouw Jansen er weer eens met haar man over had gesproken, besloot ze bij mijnheer Pastoor raad te gaan vragen.
En ge zult bemerken, meneer, dat ook mijnheer Pastoor er niet aan twijfelde, of vrouw Dhanis met haar vreemde kunsten was hieraan schuldig. En de Pastoor is toch een goed bestudeerd mens, nietwaar!
Beschrijving
Betoveringen van kinderen door heks; afweer door paasnagels onder drempels te leggen.
Bron
Collectie De Vries, verslag 12, verhaal 3 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Jansen -van Raamsdonck   
Dhanis   
Naam Locatie in Tekst
Dendermonde   
Ouw Kapel   
Plaats van Handelen
Kapellebrug   
