Hoofdtekst
Dan is het eens gebeurd, dat Kouwijzer later weer aan de steiger bij Terneuzen lag. Zijn zoontje, Eugèn, een jongen van 14/15 jaar was bij hem.
's Nachts in 't kleine vooronder wordt Kouijzer wakker. "Eugèn," zegt hij tegen zijn zoontje, "'k heb toch zo'n raren droom gehad, 't lijkt wel of ik het nog zie!" "Wat is 't dan vader, dat ge gedroomd hebt" zegt Eugèn. "'k Heb over de Schelde in de richting van Zuid-Beveland een ontzettende brand gezien. 'k Ga toch even op 't dek om te kijken. En als hij boven op 't dek komt ziet hij inderdaad in het Noorden een rosse gloed.
"Daar wil ik meer van weten," zegt hij; 't is nu 2 uur, over een uur zouden we toch uitvaren, kom Eugèn, we gaan eens zien."
Ze zijn halverwege de Schelde gekomen, de vloed begint juist door te zetten en de zandplaten liggen nog geheel boven water. En dan blijkt de brand op de zandplaat zelf te zijn. "Daar snap ik niets van," zegt Kouijzer en door het hier ondiepe water wadend - z'n zoontje blijft aan boord - bereikt Kouijzer de plaat op het droge. Als hij wat doorloopt in de richting van de nu felle gloed, ziet hij daar bij een laaiend vuur vier geesten zitten, althans mensen zijn het niet!
"Daar kan ik niets tegen doen", zegt Kouijzer overluid bij zichzelven en wil snel terugkeren. Daarop beginnen de geesten te jammeren en te kermen en roepen uit: "Nu zijn we weer voor 99 jaren verloren, ay, ay, ay!" En als bij toverslag verdwijnt alles, vuur en geesten!"
Dat is hier niet pluis," zegt Kouijzer en als hij bijna weer terug is bij z'n scheepje en achterom kijkt, ziet hij en ook Eugèn een massa zwarte katten, die hem tot aan het water zijn gevolgd, maar er blijkbaar niet in durven gaan!
Wat hiervan te denken, meneer!
's Nachts in 't kleine vooronder wordt Kouijzer wakker. "Eugèn," zegt hij tegen zijn zoontje, "'k heb toch zo'n raren droom gehad, 't lijkt wel of ik het nog zie!" "Wat is 't dan vader, dat ge gedroomd hebt" zegt Eugèn. "'k Heb over de Schelde in de richting van Zuid-Beveland een ontzettende brand gezien. 'k Ga toch even op 't dek om te kijken. En als hij boven op 't dek komt ziet hij inderdaad in het Noorden een rosse gloed.
"Daar wil ik meer van weten," zegt hij; 't is nu 2 uur, over een uur zouden we toch uitvaren, kom Eugèn, we gaan eens zien."
Ze zijn halverwege de Schelde gekomen, de vloed begint juist door te zetten en de zandplaten liggen nog geheel boven water. En dan blijkt de brand op de zandplaat zelf te zijn. "Daar snap ik niets van," zegt Kouijzer en door het hier ondiepe water wadend - z'n zoontje blijft aan boord - bereikt Kouijzer de plaat op het droge. Als hij wat doorloopt in de richting van de nu felle gloed, ziet hij daar bij een laaiend vuur vier geesten zitten, althans mensen zijn het niet!
"Daar kan ik niets tegen doen", zegt Kouijzer overluid bij zichzelven en wil snel terugkeren. Daarop beginnen de geesten te jammeren en te kermen en roepen uit: "Nu zijn we weer voor 99 jaren verloren, ay, ay, ay!" En als bij toverslag verdwijnt alles, vuur en geesten!"
Dat is hier niet pluis," zegt Kouijzer en als hij bijna weer terug is bij z'n scheepje en achterom kijkt, ziet hij en ook Eugèn een massa zwarte katten, die hem tot aan het water zijn gevolgd, maar er blijkbaar niet in durven gaan!
Wat hiervan te denken, meneer!
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Na dromen van brand zien van brand op zandplaat waar geesten zitten, verdwijnen van brand en geesten, zwarte katten die tot het water volgen.
Bron
Collectie De Vries, verslag 15, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Kouwijzer   
Kouijzer   
Zuid-Beveland   
Schelde   
Naam Locatie in Tekst
Terneuzen   
