Hoofdtekst
'k Ga U voor 't laatst nog één verhaal vertellen. 't Was in de buurt meen ik van Walsoorden. De dochter van de Havenmeester was bijna altijd ziek.
In de buurt zei men wel eens: "ze wordt betoverd!"
't Was nog vóór het jaar 1900, waarvan ik U vertel.
Op een avond komt een vreemde langs het huis van de Havenmeester, die zelf op de dijk staat te kijken. De vreemdeling spreekt hem aan: 'k Hoor, dat Uw dochter dikwijls ziek is en misschien gelooft ge 't niet, maar ik kan haar genezen. Ge moet mij er niet eens voor betalen!"
"Da 's raar," zegt de Havenmeester, "ik ken U trouwens niet eens!"
"Doet er niet toe," zegt de vreemde, "ge kunt het altijd wel proberen!"
"Zie, dit flesje met vloeistof erin, moet ge een eindweegs de zeedijk op nu dadelijk in de grond graven, maar denk er om, niemand mag het zien!"
"'k Kan 't maar eens proberen," zegt de Havenmeester, gaat de dijk op, terwijl de vreemde blijft wachten. "En, heeft niemand U gezien toen ge het flesje begroef?" "'k Meen van niet," zegt de Havenmeester, maar wat verderop waren wel een paar mensen aan 't werk op de zeedijk."
"Dan moet ge nogeens terug en het flesje uit de grond nemen en begraven, daar waar niemand U zien kan!"
Aldus geschiedt. Teruggekeerd zegt de vreemde tegen de Havenmeester: "Vannacht zal er een kat in Uw huis komen, een zwarte. Zorg, dat ge een grote wasketel kokend water hebt gereedstaan, grijp het dier en smijt het in de kokende ketel water". De Havenmeester wil protesteren, maar hoe hij ook kijkt, de vreemdeling is in het niet verdwenen.
Hij praat er liever met z'n vrouw niet over, maar vertelt het wel aan z'n buurman. "Kom, zegt deze, laten we toch vannacht maar eens samen opblijven als Uw vrouw en dochter op bed liggen. Ik blijf met U in de schuur waken. Moeder en dochter liggen al lang te bed; de Havenmeester en de buurman die toch voor een ketel water hebben gezorgd, zien rond middernacht door het kleine halfkapotte raampje in de muur van het schuurtje een zwarte kat naar binnenspringen, die probeert door een kiertje van de aangrenzende keukendeur in de kamer van de dochter te geraken. Het gelukt hen de kat te grijpen en ze werpen het dier in de ketel, waar het na een kort gekerm een snelle dood vindt.
En laat nu de volgende ochtend de buurvrouw dood in bed worden gevonden!
Vanafdie dag is de dochter van haar ziekte hersteld en bleef ze ook verder gezond. U begreep het zeker wel, zei Kouijzer, die mij dit verhaal deed, dat het wel degelijk de buurvrouw was geweest, die de dochter maar steeds ziek heeft gehouden!
"Meneer," zegt vanHulle, 't is mogelijk, dat Kouijzer het geloofde, maar ik denk er het mijne van! 't Zou wel gek zijn, dat 't vóór 1900 overal spookte terwijl men er nu nooit meer over hoort of ziet! Maar U hebt Uw zin, want deze soort verhalen waren het immers, die U zo graag wilde horen?"
Voor wie er aan mocht twijfelen: ik schaar me aan de zijde van van Hulle. U mocht anders eens gaan denken, dat al die vreemde geschiedenissen mij op sukkel zouden brengen!
In de buurt zei men wel eens: "ze wordt betoverd!"
't Was nog vóór het jaar 1900, waarvan ik U vertel.
Op een avond komt een vreemde langs het huis van de Havenmeester, die zelf op de dijk staat te kijken. De vreemdeling spreekt hem aan: 'k Hoor, dat Uw dochter dikwijls ziek is en misschien gelooft ge 't niet, maar ik kan haar genezen. Ge moet mij er niet eens voor betalen!"
"Da 's raar," zegt de Havenmeester, "ik ken U trouwens niet eens!"
"Doet er niet toe," zegt de vreemde, "ge kunt het altijd wel proberen!"
"Zie, dit flesje met vloeistof erin, moet ge een eindweegs de zeedijk op nu dadelijk in de grond graven, maar denk er om, niemand mag het zien!"
"'k Kan 't maar eens proberen," zegt de Havenmeester, gaat de dijk op, terwijl de vreemde blijft wachten. "En, heeft niemand U gezien toen ge het flesje begroef?" "'k Meen van niet," zegt de Havenmeester, maar wat verderop waren wel een paar mensen aan 't werk op de zeedijk."
"Dan moet ge nogeens terug en het flesje uit de grond nemen en begraven, daar waar niemand U zien kan!"
Aldus geschiedt. Teruggekeerd zegt de vreemde tegen de Havenmeester: "Vannacht zal er een kat in Uw huis komen, een zwarte. Zorg, dat ge een grote wasketel kokend water hebt gereedstaan, grijp het dier en smijt het in de kokende ketel water". De Havenmeester wil protesteren, maar hoe hij ook kijkt, de vreemdeling is in het niet verdwenen.
Hij praat er liever met z'n vrouw niet over, maar vertelt het wel aan z'n buurman. "Kom, zegt deze, laten we toch vannacht maar eens samen opblijven als Uw vrouw en dochter op bed liggen. Ik blijf met U in de schuur waken. Moeder en dochter liggen al lang te bed; de Havenmeester en de buurman die toch voor een ketel water hebben gezorgd, zien rond middernacht door het kleine halfkapotte raampje in de muur van het schuurtje een zwarte kat naar binnenspringen, die probeert door een kiertje van de aangrenzende keukendeur in de kamer van de dochter te geraken. Het gelukt hen de kat te grijpen en ze werpen het dier in de ketel, waar het na een kort gekerm een snelle dood vindt.
En laat nu de volgende ochtend de buurvrouw dood in bed worden gevonden!
Vanafdie dag is de dochter van haar ziekte hersteld en bleef ze ook verder gezond. U begreep het zeker wel, zei Kouijzer, die mij dit verhaal deed, dat het wel degelijk de buurvrouw was geweest, die de dochter maar steeds ziek heeft gehouden!
"Meneer," zegt vanHulle, 't is mogelijk, dat Kouijzer het geloofde, maar ik denk er het mijne van! 't Zou wel gek zijn, dat 't vóór 1900 overal spookte terwijl men er nu nooit meer over hoort of ziet! Maar U hebt Uw zin, want deze soort verhalen waren het immers, die U zo graag wilde horen?"
Voor wie er aan mocht twijfelen: ik schaar me aan de zijde van van Hulle. U mocht anders eens gaan denken, dat al die vreemde geschiedenissen mij op sukkel zouden brengen!
Onderwerp
TM 3106 - Het drankje van de duivelbanner   
TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Nadat ongezien een drankje is begraven verschijnt 's nachts een zwarte kat in huis die in kokend water wordt gegooid. De volgende ochtend wordt de buurvrouw dood gevonden.
Bron
Collectie De Vries, verslag 15, verhaal 8 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Kouijzer   
Naam Locatie in Tekst
Walsoorden   
