Hoofdtekst
Mijn moeder kende in die tijd een boerenknecht, die kort bij "deNol" woonde en op een boerderij werkte. Hij had verkering met een arbeidersmeisje, dat op dezelfde boerderij diende en daar ook snachts bleef slapen.
Op een Zondagavond bracht de knecht zijn meisje na een avondwandeling terug naar de boerderij. Toen ze de dreef, die met zware olmen was beplant, opliepen, zei de jongen: "loop. maar even door, ik kom zo. Maak je niet bang als je soms een zwarte hond ziet."
"'k Ben niet zo gauw bang" zei het meisje, maar blijf niet te lang weg." En of het zo sprak, daar kwam inderdaad een grote zwarte hond op haar af, maar een, dat wist ze zeker, die niet op de boerderij thuishoorde.
Het meisje maakte zich ongerust, ze neemt haar wollen omslagdoek van de schouders en geeft het dier een rake mep op zijn muil, dat het huilend wegrent.
"'k Ben toch zo gschrokken,"zegt ze tegen haar vrijer, daar kwam zoeven een grote zwarte hond dreigend op me af!" Maar daar blijft het dan verder bij.
Ze komen de boerderij binnen en de boerin heeft voor hen nog wat brood klaar gezet. "Eet ze met smaak" zegt ze. Maar als ze beginnen ziet het meisje, dat de jongen tal van wollen pluizen tussen zijn tanden heeft zitten. Pluizen, die afkomstig moeten zijn van haar eigen omslagdoek.
Verschrikt springt ze op en wijst vol afschuw naar die voor haar vreemde bewijzen. De jongen springt eveneens op, rent het huis uit en nimmer meer heeft ze haar vrijer teruggezien. De andere ochtend vroeg vernam ze van anderen, dat hij naar België was vertrokken om daar werk te zoeken.
Moeder vertelde mij, dat destijds meerdere meisjes en vrouwen van den "Ossaert" waren besprongen en dat ze deze wel een kwartier lopens hadden moeten meedragen. Een meisje in de buurt is daar zo van geschrokken, dat ze kort daarop is gestorven. Ook moeder zelf, ze heette Elisabeth Strobbe, en ze woonde op Klevershille bij Walsoorden, heeft op een avond dat ze van de boerderij terugkwam, waar de overdag werkte, eens "den Ossaert" op haar schouders moeten meedragen!
Ge moogt vast geloven, meneer, dat de deugniet van een knecht daar in die stille omgeving voor "Ossaert" heeft gespeeld.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
SINSAG 0236   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Knuitershoek   
de Nol   
Ossaert   
Klevershille   
Naam Locatie in Tekst
Walsoorden   
Zeedorp   
