Hoofdtekst
KERSTNACHT IN DE STAL.
Ook dit verhaal is oud, meneer en ook overgeleverd door mijn vrouws familie.
In de omgeving van Groenendijk (Hontenisse) zaten op een avond, kort voor Kerstmis, de baas, de bazin en Sjef, een jonge inwonende knecht rond de open haard, waarin grote houtblokken een felle gloed verspreidden.
De kinderen waren al naar bed en de knecht, die nogal streng gelovig was zei tegen de baas: "Weet ge wel, baas, dat g 'in de Kerstnacht omstreeks middernacht nooit in de stal bij de paarden moogt komen?"
"En waarom dan niet?", vraagt de baas ongelovig.
"Dan spreken de paarden met elkaar als mensen en wee de mens die dit beluistert; hem zal het ongeluk treffen!"
"Nou nou", zegt de boer, "g'hebt het lelijk te pakken, Sjef. Ge leest te veel rare verhalen, mijn jongen. Wie heeft nou ooit paarden als mensen horen spreken!"
De knecht doet er verder het zwijgen toe.
Maar zoals dat meer gaat, al gelooft de boer niet aan zulke verzinsels, hij neemt zich voor , misschien om de knecht van zijn bijgelovigheid af te helpen, om in de Kerstnacht om 12 uur de paardenstal eens in te gaan. “
"Toe", zegt zijn vrouw, toch een beetje verontrust, "'k zou dat maar liever niet doen, we kunnen beter naar de Nachtmis gaan."
Maar de boer is er niet af te brengen. Tegen twaalven in de Kerstnacht gaat hij op zijn kousen de stal in en verbergt zich achter de ruiven.
Dan, opeens, hoort hij dat het "handpaard" (bijdehandse paard) tegen het "roeipaard" (het paard dat aan het touw meeloopt) "Weet ge, wie wij het eerst naar zijn graf zullen rijden?
"Ik weet het niet", zegt het roeipaard. "Welnu, 't zal onzen baas zijn" zegt daarop.het handpaard weer.
Dan wordt alles stil en de boer, die meent dat zijn eigen verbeelding hem parten heeft gespeeld gaat terug het huis in, waar zijn vrouw hem een standje geeft. "Vrouw", zegt hij, de knecht had gelijk" en vertelt haar wat hij - maar 't was maar verbeelding hoor - in de stal had gehoord.
"Laten we naar bed gaan, 't is er koud genoeg voor!"
Hij wikkelt zich goed in de dekens en meneer, ge zult het niet geloven, maar de boer is die nacht in zijn slaap gestorven en vier dagen later door zijn eigen paarden naar zijn graf gereden!
"Spot er nooit mee", zei grootvader altijd, want er zijn hogere machten die wij niet kennen!
Ook dit verhaal is oud, meneer en ook overgeleverd door mijn vrouws familie.
In de omgeving van Groenendijk (Hontenisse) zaten op een avond, kort voor Kerstmis, de baas, de bazin en Sjef, een jonge inwonende knecht rond de open haard, waarin grote houtblokken een felle gloed verspreidden.
De kinderen waren al naar bed en de knecht, die nogal streng gelovig was zei tegen de baas: "Weet ge wel, baas, dat g 'in de Kerstnacht omstreeks middernacht nooit in de stal bij de paarden moogt komen?"
"En waarom dan niet?", vraagt de baas ongelovig.
"Dan spreken de paarden met elkaar als mensen en wee de mens die dit beluistert; hem zal het ongeluk treffen!"
"Nou nou", zegt de boer, "g'hebt het lelijk te pakken, Sjef. Ge leest te veel rare verhalen, mijn jongen. Wie heeft nou ooit paarden als mensen horen spreken!"
De knecht doet er verder het zwijgen toe.
Maar zoals dat meer gaat, al gelooft de boer niet aan zulke verzinsels, hij neemt zich voor , misschien om de knecht van zijn bijgelovigheid af te helpen, om in de Kerstnacht om 12 uur de paardenstal eens in te gaan. “
"Toe", zegt zijn vrouw, toch een beetje verontrust, "'k zou dat maar liever niet doen, we kunnen beter naar de Nachtmis gaan."
Maar de boer is er niet af te brengen. Tegen twaalven in de Kerstnacht gaat hij op zijn kousen de stal in en verbergt zich achter de ruiven.
Dan, opeens, hoort hij dat het "handpaard" (bijdehandse paard) tegen het "roeipaard" (het paard dat aan het touw meeloopt) "Weet ge, wie wij het eerst naar zijn graf zullen rijden?
"Ik weet het niet", zegt het roeipaard. "Welnu, 't zal onzen baas zijn" zegt daarop.het handpaard weer.
Dan wordt alles stil en de boer, die meent dat zijn eigen verbeelding hem parten heeft gespeeld gaat terug het huis in, waar zijn vrouw hem een standje geeft. "Vrouw", zegt hij, de knecht had gelijk" en vertelt haar wat hij - maar 't was maar verbeelding hoor - in de stal had gehoord.
"Laten we naar bed gaan, 't is er koud genoeg voor!"
Hij wikkelt zich goed in de dekens en meneer, ge zult het niet geloven, maar de boer is die nacht in zijn slaap gestorven en vier dagen later door zijn eigen paarden naar zijn graf gereden!
"Spot er nooit mee", zei grootvader altijd, want er zijn hogere machten die wij niet kennen!
Onderwerp
TM 5004 - In de kerstnacht zingen of praten de dieren (bijen, paarden, koeien etc.)   
Beschrijving
Afluisteren van gesprek tussen paarden in de kerstnacht dat ze de boer als eerste in het jaar naar het graf zullen brengen, komt uit.
Bron
Collectie De Vries, verslag 24, verhaal 5 (Archief Meertens Instituut)
Naam Locatie in Tekst
Groenendijk   
Hontenisse   
Plaats van Handelen
Groenendijk   
