Hoofdtekst
Ziehier dan nog nen grap die wel nie op de Paal is gebeurd, maar onder Ossendrecht, aan d 'overkant van de Schelde.
Daar is dan nen oud haventje, eigenlik nen geul van 4 kilometer lang; die ligt daar nog.
Moorken ('t was zijnen bijnaam) nen botvisser uit Ossendrecht, gaat van Ossendrecht mee zijn knechtjen naar de kaai.
Ei wil der uit en 't is al voor de derde of vierde keer dat ei 't probeert. Want 't was toen alles op de zeilen en de wind bleef maar uit Zuidwest blazen.
Ten einde raad staat ei daar op de kaai; ei kijkt naar boven en zegt: "Lieve Vrouwken, Lieve Vrouwken, as ge d 'er mij van 't tij uitlaat, dan laat ik voor U nen kjers uitbranden zo dik as mijnen mast.
Daarop zegt zijn knechtjen:
"Kijk uit, Moorken, want zulke dikke kjersen zijn d 'er nie!"
Waarop Moorken zegt:
"Zwijg, manneken, as we d 'er uit zijn krijgt zij niet(s)!
Daar zat meer in dan ge zo zou zeggen, meneer!
Daar is dan nen oud haventje, eigenlik nen geul van 4 kilometer lang; die ligt daar nog.
Moorken ('t was zijnen bijnaam) nen botvisser uit Ossendrecht, gaat van Ossendrecht mee zijn knechtjen naar de kaai.
Ei wil der uit en 't is al voor de derde of vierde keer dat ei 't probeert. Want 't was toen alles op de zeilen en de wind bleef maar uit Zuidwest blazen.
Ten einde raad staat ei daar op de kaai; ei kijkt naar boven en zegt: "Lieve Vrouwken, Lieve Vrouwken, as ge d 'er mij van 't tij uitlaat, dan laat ik voor U nen kjers uitbranden zo dik as mijnen mast.
Daarop zegt zijn knechtjen:
"Kijk uit, Moorken, want zulke dikke kjersen zijn d 'er nie!"
Waarop Moorken zegt:
"Zwijg, manneken, as we d 'er uit zijn krijgt zij niet(s)!
Daar zat meer in dan ge zo zou zeggen, meneer!
Beschrijving
Aanroepen van Maria voor gunstige wind, met belofte mastdikke kaars te branden.
Bron
Collectie De Vries, verslag 31, verhaal 5 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Moorken   
Lieve Vrouwken   
Naam Locatie in Tekst
Ossendrecht   
Plaats van Handelen
Ossendrecht   
