Hoofdtekst
Maoi Zutekauw, de vrouw van J. v. den Brenk (in Ingen) was eens op het land aan het werken, ('s middags omstreeks half 3), toen zij meende, dat haar buurvrouw Leen van Bennekom, haar riep. Deze verklaarde niet geroepen te hebben. De volgende morgen kuste haar zoon, die naar "den ove" moest zijn moeder "goe dag". Deze zoon verdronk diezelfde dag. Op de middag van die dag, toen Maoi aan het "gruun zoeke" was voor de "knijne" liep Leen haar. Toen wou Leen haar inlichten over het lot van haar zoon. Acht dagen later, stond 's morgens om 4 uur, toen Maoi de deur opendeed, haar zoon "in het wit" er voor. Hij stak de hand naar haar uit. Maoi gooide van schrik de deur dicht, iets, waarvan zij zich daarna een verwijt maakte.
Onderwerp
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Voorloop van dood zoon; terugkeer van gestorven zoon.
Bron
Collectie Hol, verslag 5, verhaal 11 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Maoi Zutekauw   
J. v. den Brenk   
Leen van Bennekom   
Naam Locatie in Tekst
Ingen   
Plaats van Handelen
Ingen   
