Hoofdtekst
Gouden Regen:
Ik werkte vroeger op het boterfabriekje bij Weijs, in het dorp, waar mijn broer Giel als knecht woonde. Deze sliep met een zoon van Weijs bij de paardenstal. Ik moest ’s morgens om 3 uur beginnen aan de verwerking van de room van de vorige dag, om de mensen, die nog zelf met de melk kwamen, de karnemelk mee te kunnen geven.
Op een zekere morgen, met donkere lucht en windstilte, kwam ik daar aan, en hoorde opeens een gekletter op de pannen van de boerderij. Het was een geluid, of er rijksdaalders uit de lucht regenden. Ik riep mijn broer en de zoon op, om te komen luisteren. Zij hoorden het ook, en Hendrik ging de stallucht aansteken om de geldstukken op te kunnen rapen. We vonden echter niets, ofschoon het geluid nog doorging.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Ik werkte vroeger op het boterfabriekje bij Weijs, in het dorp, waar mijn broer Giel als knecht woonde. Deze sliep met een zoon van Weijs bij de paardenstal. Ik moest ’s morgens om 3 uur beginnen aan de verwerking van de room van de vorige dag, om de mensen, die nog zelf met de melk kwamen, de karnemelk mee te kunnen geven.
Op een zekere morgen, met donkere lucht en windstilte, kwam ik daar aan, en hoorde opeens een gekletter op de pannen van de boerderij. Het was een geluid, of er rijksdaalders uit de lucht regenden. Ik riep mijn broer en de zoon op, om te komen luisteren. Zij hoorden het ook, en Hendrik ging de stallucht aansteken om de geldstukken op te kunnen rapen. We vonden echter niets, ofschoon het geluid nog doorging.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Geluid of er geldstukken op het dak vallen, maar er is niets te zien.
Bron
Collectie Engels, verslag 12, verhaal 26 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Weijs   
Plaats van Handelen
Maasbree   
