Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ENGELS001501 - Ingebrande hand

Een sage (mondeling), donderdag 20 december 1962

Hoofdtekst

Ingebrande hand:
In Baarlo waren drie mannen, die als gezworen kameraden bekend stonden. Op zekere dag stierf een hunner; een man, die geen al te best verleden had. Men noemde hem “de Puit”.
Enige tijd daarna gingen de twee anderen ’s avonds uit, en kwamen op hun weg een man tegen. Een hunner verschrikte, en zei: “Heb je dat gezien? Het was precies, of het de Puit was!” De ander beweerde, dat hij hetzelfde gedacht had. “Heb jij een zakdoek bij je? Pak hem dan eens uit, en wuif er mee naar de man.”
De kameraad wuifde met zijn zakdoek. De geest van de afgestorvene kwam op slag bij hun terug, en sloeg met zijn hand in de zakdoek. De twee mannen zagen, dat er precies een handafdruk uitgebrand was! Toen sprak de geest van de Puit hun aan: “Jullie moeten het met jullie leven maar wat anders aanleggen, als ik dat gedaan heb! Anders kunnen jullie later ook zo branden in eeuwigheid! De rekening is daar scherp!”

Verslag 48, Omzetting in Heldens dialect van de verhalen, verteld door Reijnders, Petr. Johannes, Helden. Opgenomen onder no. L291-15. Helden, 17-2-1969. Aanvulling Helden, 1-3-1969
In Balder wore vreuger drei kommeraote, oe van d’r eine sjtorf. ’n Tiedje later gongen de twieë op ennen aovend oet, en kwomen enne mins tege. D’n eine zaoch: “Hees te det gezeen? ’t Waas net, of tot de “Puit” waas.” (d’n aafgesjtorvene). Hees teo ennen tèèssjnörrik? Trèk tè èns oet, en zwaai dao èns mèt.” De kèèl kwaam d’r op aaf, en greep d’n tèèssjnörrik vaost. Wie ze dè bekeke, zoge ze, det d’n hangkgreep d’r oetgebord waas. ’t Waas “de Puit”. Dè zaoch: “Ge mot ’t mèr get angers aanlegken, as ich; angers geit ’t uch net wie mich. Dan kont ge auch borren in ieuwigheid. De rèkening dao boven ès sjerp!”

Onderwerp

SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)    SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   

Beschrijving

Na zwaaien met zakdoek naar geest van dode vriend slaat die met zijn hand in de zakdoek, waarna een handafdruk uit de zakdoek is gebrand. De geest raadt aan goed te leven, anders zullen ze ook moeten branden in de eeuwigheid.

Bron

Collectie Engels, verslag 15, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Naam Locatie in Tekst

Baarlo    Baarlo   

Plaats van Handelen

Baarlo    Baarlo