Hoofdtekst
Mijn grootmoeder woonde in haar jeugd als dienstmeid in Duitsland. Er werd een nieuwe gemeenteraad gekozen. Van een der gekozenen beweerde de pastoor: “Hoe kunnen jullie een man in de raad kiezen, wiens voorgangers allen in de hel te branden liggen.”
De man kwam er achter, en ging de pastoor ter verantwoording roepen. De pastoor hield ook tegen hem zijn bewering vol. “Dat kan ik je bewijzen!” De pastoor liet hem een kijkje in de hel nemen. De man zag vol ontzetting, dat de pastoor het bij het rechte eind had. Er kwam een kind langs. De pastoor zei tegen dit kind: “Maak eens een mooi kruisteken.” Het kind gehoorzaamde, en direct verdween het helse gezicht.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
De man kwam er achter, en ging de pastoor ter verantwoording roepen. De pastoor hield ook tegen hem zijn bewering vol. “Dat kan ik je bewijzen!” De pastoor liet hem een kijkje in de hel nemen. De man zag vol ontzetting, dat de pastoor het bij het rechte eind had. Er kwam een kind langs. De pastoor zei tegen dit kind: “Maak eens een mooi kruisteken.” Het kind gehoorzaamde, en direct verdween het helse gezicht.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Beschrijving
Pastoor laat beschuldigde in de hel kijken om te bewijzen dat zijn familie in de hel brandt, na maken van kruisteken verdwijnt het gezicht op de hel.
Bron
Collectie Engels, verslag 21, verhaal 7 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Duitsland   
