Hoofdtekst
Schavuitenstreek:
Als jongen ging ik met een kameraad buurten op een boerderij in Neer-Brumholt, waar veel jonge meisjes waren. Er was daar een oudere dochter, die nog niet vrijde. Een knecht van de boerderij “wiendertje” (Maaswijngaarden in Neer, tegenover Beesel), wilde met haar komen vrijen. We spraken met 6 man af, hem dit te beletten. De jongen was niet erg bang in het donker, want we vernamen, dat hij, om de thuisweg te bekorten, zijn weg nam door de “Kwirr” een ravijnachtig beekdalletje, met struiken begroeid, waarlangs een paadje liep tot in het dorp. Niemand durfde daar ’s avonds laat door, omdat er van verteld werd, dat het er spookte. We besloten, hem daar op te gaan wachten, en schrik aan te jagen. Ieder gewapend met een bonenstaak, stelden we ons op, met enige tussenruimte; 3 boven langs de rand, en 3 verderop tussen de struiken.
Toen de jongen aankwam, sloeg de voorste hem met een lichte tik op zijn kop. De man begon opeens luidop: “Onze Vader, die in de Hemel zijt, enz.” Eer hij dit gebed uit had, kreeg hij een slag op zijn rug, waardoor zijn jas verscheurd werd. Hij viel daarop luid in met: “In den beginne was het Woord, en het Woord was God, enz.” Hij kende dus ook het hele St. Jans evangelie uit het kop! Hij stak beide handen omhoog, en riep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”, en ging er met een vaartje tussenuit! Hij ging nadien nooit meer door de “Kwirr”, doch onze bende durfde nadien niet meer naar de meisjes gaan te buurten, bang, dat onze ondeugd er uit kwam.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Als jongen ging ik met een kameraad buurten op een boerderij in Neer-Brumholt, waar veel jonge meisjes waren. Er was daar een oudere dochter, die nog niet vrijde. Een knecht van de boerderij “wiendertje” (Maaswijngaarden in Neer, tegenover Beesel), wilde met haar komen vrijen. We spraken met 6 man af, hem dit te beletten. De jongen was niet erg bang in het donker, want we vernamen, dat hij, om de thuisweg te bekorten, zijn weg nam door de “Kwirr” een ravijnachtig beekdalletje, met struiken begroeid, waarlangs een paadje liep tot in het dorp. Niemand durfde daar ’s avonds laat door, omdat er van verteld werd, dat het er spookte. We besloten, hem daar op te gaan wachten, en schrik aan te jagen. Ieder gewapend met een bonenstaak, stelden we ons op, met enige tussenruimte; 3 boven langs de rand, en 3 verderop tussen de struiken.
Toen de jongen aankwam, sloeg de voorste hem met een lichte tik op zijn kop. De man begon opeens luidop: “Onze Vader, die in de Hemel zijt, enz.” Eer hij dit gebed uit had, kreeg hij een slag op zijn rug, waardoor zijn jas verscheurd werd. Hij viel daarop luid in met: “In den beginne was het Woord, en het Woord was God, enz.” Hij kende dus ook het hele St. Jans evangelie uit het kop! Hij stak beide handen omhoog, en riep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”, en ging er met een vaartje tussenuit! Hij ging nadien nooit meer door de “Kwirr”, doch onze bende durfde nadien niet meer naar de meisjes gaan te buurten, bang, dat onze ondeugd er uit kwam.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Beschrijving
Gebeden door jongen die wordt belaagd door andere jongens.
Bron
Collectie Engels, verslag 27, verhaal 9 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
God   
St. Jans evangelie   
Naam Locatie in Tekst
Neer   
Plaats van Handelen
Neer   
