Hoofdtekst
Sterke mannen:
Vroeger stelde men altijd een trots in het boerenhandwerk. Als er een veld geploegd werd, zorgde men, dat er geen voor lag met een kronkeltje. Werd een perceel gras gemaaid met de zeis, dan moesten de “gezwaad” er mooi recht over liggen, en mocht er nergens een “baard” blijven staan. Bij het maaien van graan met de zicht moesten de “geune’n” mooie rechte rijen vormen, en, als er hier en daar een halmpje bleef staan, zei men tegen elkaar: “Wa’s det dao? Dao motte ze um (de maaier) mer an vaos binge!”
De familie Kersten in de Hees, een gehucht van Sevenum, stond bij alle inwoners bekend om mooi werk, en ’t waren bovendien harde werkers. Ze waren ongemeen sterk.
Ze voeren een keer met de kar naar de Peel “kloete’n hale”. (Dit was zware turf of klot. De namen van het veen zijn hier, van boven naar beneden een laag “vlinke”, dan “schavert”, en daaronder “kloete”).
Op hun weg daar naar toe kwamen ze, op een smal dijkje, een boertje tegen met een karretje “kloete”. Het was onmogelijk, elkaar te passeren, en aan terugzetten viel niet te denken. Aan beide zijden was een peelput. Na enig overleg spanden de Kerstens hun paard uit, en de 2 mannen droegen hun lange kar over de weghelling langs de geladen kar heen, en spienen daar weer in.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Vroeger stelde men altijd een trots in het boerenhandwerk. Als er een veld geploegd werd, zorgde men, dat er geen voor lag met een kronkeltje. Werd een perceel gras gemaaid met de zeis, dan moesten de “gezwaad” er mooi recht over liggen, en mocht er nergens een “baard” blijven staan. Bij het maaien van graan met de zicht moesten de “geune’n” mooie rechte rijen vormen, en, als er hier en daar een halmpje bleef staan, zei men tegen elkaar: “Wa’s det dao? Dao motte ze um (de maaier) mer an vaos binge!”
De familie Kersten in de Hees, een gehucht van Sevenum, stond bij alle inwoners bekend om mooi werk, en ’t waren bovendien harde werkers. Ze waren ongemeen sterk.
Ze voeren een keer met de kar naar de Peel “kloete’n hale”. (Dit was zware turf of klot. De namen van het veen zijn hier, van boven naar beneden een laag “vlinke”, dan “schavert”, en daaronder “kloete”).
Op hun weg daar naar toe kwamen ze, op een smal dijkje, een boertje tegen met een karretje “kloete”. Het was onmogelijk, elkaar te passeren, en aan terugzetten viel niet te denken. Aan beide zijden was een peelput. Na enig overleg spanden de Kerstens hun paard uit, en de 2 mannen droegen hun lange kar over de weghelling langs de geladen kar heen, en spienen daar weer in.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Onderwerp
TM 2801 - Sterke man (vrouw)   
Beschrijving
Werk van sterke mannen.
Bron
Collectie Engels, verslag 28, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Kersten   
Naam Locatie in Tekst
Hees   
Sevenum   
Plaats van Handelen
Sevenum   
