Hoofdtekst
Ontstaan van rivieren:
Men vertelt, dat de Maas gegraven zou zijn door mensen, die; zonder te spreken of om te kijken, bleven spitten. Vandaar, dat ze zo krom werd. Op een keer richtte er zich een wat stram omhoog, en rustte zich op zijn schop. Hij merkte op: “Dao beukt ’n koe.” De anderen keken verstoord op, doch werkten door. Een lange tijd daarna merkte er een op: “Waas ’t gèn kallef?” Een ander protesteerde: “Schei toch oet mèt dèt gewauwel. As ge d’r nest mèt ophèld, schei ich ter hei oet.”
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Men vertelt, dat de Maas gegraven zou zijn door mensen, die; zonder te spreken of om te kijken, bleven spitten. Vandaar, dat ze zo krom werd. Op een keer richtte er zich een wat stram omhoog, en rustte zich op zijn schop. Hij merkte op: “Dao beukt ’n koe.” De anderen keken verstoord op, doch werkten door. Een lange tijd daarna merkte er een op: “Waas ’t gèn kallef?” Een ander protesteerde: “Schei toch oet mèt dèt gewauwel. As ge d’r nest mèt ophèld, schei ich ter hei oet.”
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Onderwerp
AT 1948 - Too Much Talk   
ATU 1948 - Too Much Talk.   
Beschrijving
Als na lange tijd één van de mannen die de Maas graven antwoord geeft op een opmerking, geeft dat irritatie.
Bron
Collectie Engels, verslag 37, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Maas   
