Hoofdtekst
Overbrengen van ziekten:
In onze buurt woont een gezin, waar een meisje is van 17 jaar, dat op 2 jarige leeftijd gevaarlijk ziek is geweest. Het zou lijden aan een verschijnsel, dat men de z.g. “Roeëzekrans” noemde. De moeder was er erg ongerust over, en meende dat hier de kwade hand in het spel was. Mijn moeder werd er bij geroepen. Deze zei: “Maaktj uch neet ongeröstj. Kratjs mer get goud van euren trouwrink, en legk eur det op te tong.” Het middel gaf verlichting. Het werd echter niet beschouwd als afdoende. Men moest toch naar de dokter. Het was een middel, om levensgevaar weg te nemen.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
In onze buurt woont een gezin, waar een meisje is van 17 jaar, dat op 2 jarige leeftijd gevaarlijk ziek is geweest. Het zou lijden aan een verschijnsel, dat men de z.g. “Roeëzekrans” noemde. De moeder was er erg ongerust over, en meende dat hier de kwade hand in het spel was. Mijn moeder werd er bij geroepen. Deze zei: “Maaktj uch neet ongeröstj. Kratjs mer get goud van euren trouwrink, en legk eur det op te tong.” Het middel gaf verlichting. Het werd echter niet beschouwd als afdoende. Men moest toch naar de dokter. Het was een middel, om levensgevaar weg te nemen.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Onderwerp
TM 3117 - De kwade hand (het boze oog)   
TM 4302 - Volksgeneeskunde   
Beschrijving
Geneesmiddel om levensgevaar bij ziekte weg te nemen.
Bron
Collectie Engels, verslag 38, verhaal 5 (Archief Meertens Instituut)
Plaats van Handelen
Roggel   
