Hoofdtekst
POLITIE
Moos, 74 jaar, komt onverwachts terug van vakantie, maakt de kamerdeur open en ziet een meisje, dat op het punt staat met allerlei waardevolle voorwerpen uit zijn huis de benen te nemen. "Vuile dief," zegt hij, grijpt haar vast en vervolgt: "Ik zal de politie bellen." Het meisje werpt zich op haar knieen en smeekt hem het niet te doen. "Dat niet; u kunt alles krijgen als u dat niet doet, zelfs mijn lichaam." "We zullen kijken," zegt Moos. Een uur later zucht ie: "Ik geloof toch maar, dat ik de politie bel."
Moos, 74 jaar, komt onverwachts terug van vakantie, maakt de kamerdeur open en ziet een meisje, dat op het punt staat met allerlei waardevolle voorwerpen uit zijn huis de benen te nemen. "Vuile dief," zegt hij, grijpt haar vast en vervolgt: "Ik zal de politie bellen." Het meisje werpt zich op haar knieen en smeekt hem het niet te doen. "Dat niet; u kunt alles krijgen als u dat niet doet, zelfs mijn lichaam." "We zullen kijken," zegt Moos. Een uur later zucht ie: "Ik geloof toch maar, dat ik de politie bel."
Beschrijving
Moos, 74 jaar, komt onverwachts terug van vakantie, maakt de kamerdeur open en ziet een meisje, dat op het punt staat met allerlei waardevolle voorwerpen uit zijn huis de benen te nemen. "Vuile dief," zegt hij, grijpt haar vast en vervolgt: "Ik zal de politie bellen." Het meisje werpt zich op haar knieen en smeekt hem het niet te doen. "Dat niet; u kunt alles krijgen als u dat niet doet, zelfs mijn lichaam." "We zullen kijken," zegt Moos. Een uur later zucht ie: "Ik geloof toch maar, dat ik de politie bel."
Bron
Typoscript, toegezonden door Jeske van Dongen (archief MI)
Commentaar
maart 2001 (typoscript per post ontvangen)
Naam Overig in Tekst
Moos   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
