Hoofdtekst
IN HET DONKER ZIJN
Moos, die 's nachts thuiskomt van een reis, vindt zijn vrouw radeloos handenwringend door de kamer lopen. "Wat is er gebeurd, schat?" vraagt hij. "Er was een insluiper in de slaapkamer," zegt ze met een hoog rode kleur. "Heeft hij je wat gedaan?" "Ja," antwoordt Saar met neergeslagen ogen, "maar het was donker en ik dacht dat jij het was."
Moos, die 's nachts thuiskomt van een reis, vindt zijn vrouw radeloos handenwringend door de kamer lopen. "Wat is er gebeurd, schat?" vraagt hij. "Er was een insluiper in de slaapkamer," zegt ze met een hoog rode kleur. "Heeft hij je wat gedaan?" "Ja," antwoordt Saar met neergeslagen ogen, "maar het was donker en ik dacht dat jij het was."
Beschrijving
Moos, die 's nachts thuiskomt van een reis, vindt zijn vrouw radeloos handenwringend door de kamer lopen. "Wat is er gebeurd, schat?" vraagt hij. "Er was een insluiper in de slaapkamer," zegt ze met een hoog rode kleur. "Heeft hij je wat gedaan?" "Ja," antwoordt Saar met neergeslagen ogen, "maar het was donker en ik dacht dat jij het was."
Bron
Typoscript, toegezonden door Jeske van Dongen (archief MI)
Commentaar
maart 2001 (typoscript per post ontvangen)
Naam Overig in Tekst
Moos   
Saar   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
