Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TINNEV069

Een sage (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

56 .
At ter een kind dood ging, die niet gedeup was, dat ware dan dwalende kinderen en die zweve tussen hemel en aarde. Die kon iemand tan deupe. Zo was ter iemand aan 't water, mor ien plaats van één lichje kwamme der wel duzend lichjes. De man zol haos 't water iengaon, want ze drukken um der helemaol ien. Op 't lange laats schudt 'm bi'j, dat e de niet één mao dat e de duzende mos deupe. Toe zei e: "Ik deup ollie allemaol ien de naam van de vader en de zoon en de heilige gees". En toe was e ien ene kier bevrijd van de lichjes en ware de kindere toch gedeup.

Onderwerp

TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)    TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   

Beschrijving

Als een ongedoopt kind doodgaat wordt het een dwaallichtje. Een man die bij water in de buurt is, wil een dwaallichtje dopen. Er komen echter vele andere lichtjes, die dat ook willen. De man wordt helemaal het water ingeduwd. Dan doopt hij ze maar allemaal tegelijk.

Bron

Vertellers uit de Liemers samengesteld door A. Tinneveld, Wassenaar 1976, p.53.