Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TINNEV149

Een sage (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

136.
Vroeger bi'j mien kindsjaore toe wone de minse völ meer tusse de bosse, en ien de bosse. Toe was de grond allemaol nog lang niet ontgonne zo at dat vandaag is. En toe ware de minse van neture allemaol völ banger. As ze dan van de vere örges ien een veld, of ien een bos, een lichje zagge, dan zeie ze: "Das een dwaalluchje". Dat is een ongedeup kind; mot dat dan veurstelle.

Onderwerp

TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)    TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   

Beschrijving

Als mensen vroeger ergens op het veld of in het bos een lichtje zagen, noemden ze dat een Dwaallichtje. Dat is [de ziel van] een ongedoopt kind.

Bron

Vertellers uit de Liemers samengesteld door A. Tinneveld, Wassenaar 1976, p.92.