Hoofdtekst
Meerderen moeten hem herhaaldelijk hebben waargenomen. In stormachtige herfst- en winternachten verscheen hij aan de zieners op zijn zwerftochten. Het grote ijzeren hek bij het kasteel in de Bijvank, waar hij zijn tocht begon, ging geruisloos open om de donkere zwijgende reuzengestalte op het witte paard door re laten. Dan viel de poort weer even geruisloos dicht. Daarna zette hij zijn rit voort langs het Bijvankveld, dat destijds nog zwaar eiken geboomte droeg, te rechter-, en de Doolhof te linkerzijde, en vervolgde zijn tocht, na de Berkenlaan gekruist te hebben, in de richting van het Oelengat.
Hoog gezeten op zijn schimmel trekt hij zwijgend aan de toeschouwers voorbij. Je hoort zelfs niet het getrappel van de paardehoeven op de harde paden, noch het knerpende gedruis op het grint, of het zoevend geschuivel in het zand. Niets hoor je. Het is of man en paard aan je voorbij zweven.
Door het Oelengat verlaat het tweetal onhoorbaar de Bijvank om daarbuiten door de Mark zijn stomme rit te vervolgen langs de Holtpas, de Straat, de Schapenweg en de Peeskesweg naar de hoogten van 't Bergherbos en daar uit het oog verloren te gaan.
Het waren er niet veel, die als bevoorrechte zieners de gunst ten deel viel de nachtelijke verschijning te aanschouwen.
Toch waren er uitverkorenen, die met het beklemmende beeld niet eens tevreden waren en beweerden nog een veel meer huiveringwekkend tafereel te hebben waargenomen. Niet een tweetal, maar een drietal was hun voorbij gezweefd: de hooggezeten reuzengestalte op de schimmel, maar bovendien, hangend aan de staart van het rijdier en slepend over de grond, een kerel zonder kop.
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Bijvank   
Doolhof   
Oelengat   
Mark   
Holtpas   
Straat   
Naam Locatie in Tekst
Bijvankveld   
Berkenlaan   
Schapenweg   
Peeskensweg   
Bergherbos   
