Hoofdtekst
Doe wij woonden op Hanenburg hadden wij groente en haringen te koop. Der woonde een man op 'e heide, dat was hekseHarm. Dat was in tsjoenster. Daar waren wij doodsbenaud foor. Wij hadden een krús op 'e drompel op Hanenburg. Ik stuurde de kienders altyd gau naar bed als ie kwam om soute haring en ik deed de deurtjes dicht. 'k He de deur ook faak op slot gedaan als hy der ankwam. (Hekseharm: = Stammerige Harm)
Beschrijving
De vertelster was vroeger erg bang voor Hekseharm, ook wel Stammerige Harm genaamd. Ze had een kruis op de drempel om Harm te weren. Als Harm naderde ging de deur op slot; de kinderen werden vlug naar bed gestuurd.
Bron
Collectie Jaarsma, verslag 454, verhaal 3 (archief Meertens Instituut)
Commentaar
23 juli 1968
Naam Overig in Tekst
Hanenburg   
Hekseharm   
Harm   
Stammerige Harm   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
