Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CJ056306

Een sprookje (mondeling), maandag 20 januari 1969

Hoofdtekst

Der wie in frou, dy har man siet yn 'e gefangenis. Sy woe him graech wer los ha en sy gong nei de rjochtbank ta.
"'k Woe sa graech dat myn man wer frij kom", sei se.
Doe sei de rjochter: "As jo in riedsel opjowe, dat wy net riede kinne, dan rekket jou man frij."
Mar hja seach der gjin kâns ta. Lykwols in pear dagen letter hie se al in riedsel. Sy gong foar de rjochters stean en sei:
Toen ik henen ging
en vanwaar ik kwam,
toen ik zes levenden
uit een dode nam.
De zesde maakt de zevende vrij.
Raad eens, heren, en zeg het mij.
"Mei in pear dagen kom ik wer", sei se tsjin 'e hearen.
Mar de hearen koenen 't net riede en de man kom frij.
't Wie in deade stobbe. Dêr siet in fûgelnestke yn mei seis jonge fûgels. It seisde makke har man frij.


Onderwerp

AT 0927 - Out-riddling the Judge    AT 0927 - Out-riddling the Judge   

ATU 0927 - Out-riddling the Judge.    ATU 0927 - Out-riddling the Judge.   

Beschrijving

Een rechter zei tegen een vrouw dat als zij een raadsel op zou geven dat hij niet op kon lossen, hij haar man uit de gevangenis zou vrijlaten. De vrouw zei: "Toen ik henen ging en vanwaar ik kwam, toen ik zes levenden uit een dode nam. De zesde maakte de zevende vrij. Raadt eens, heren, en zegt het mij." Na een paar dagen wist de rechter het nog niet en de man werd vrijgelaten. De vrouw legde het raadsel uit: in een dode boomstronk zat een vogelnestje met zes jonge vogels. Het zesde maakte haar man vrij.

Bron

Corpus Jaarsma, verslag 563, verhaal 6

Commentaar

20 januari 1969
Out-riddling the Judge

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21