Hoofdtekst
Een lulbruur
Het was een mager blond mênneke met grote voeten, een peervormig gezicht en een spitse neus, met stijle oren, heldere ogen en rood haar.
Willeke van Jaonekes, zo heette dit boerenmanneke. Op een doordeweekse dag liep hij op klompen en 's zondags na de Hoogmis, droeg hij 'ne blauwe kiel met stenen knopen. Met een hondje, dat niet luisterde, en z'n zuster, die met een ouwe hark gruwelijk werken kon, woonde Willeke in een huiske op Den Berg.
Iedereen kende Willeke, want Willeke was 'nen plezierige kerel, "'ne oelekerd" van 'n vent, die graag buurtte. Als er te praten viel, kruijde hij er van alles uit. Hij wist altijd wat en als er weinig te zeggen viel, buurtte hij nog. Hij was zogezegd een "lulbruur". Bovendien was Willeke 'nen echte kulhannes.
Als hij iemand op z'n schroef zetten kon, dan deed hij dit. Zo was Willeke, 'n lulbruur en kulhannes tegelijk.
Echter niet alleen buurten en kullen, deed dit mênneke. Ook werken kon hij. Dat moet gezegd worden. Door te werken, meende hij recht de hemel in te kunnen stappen. Met 'nen kruiwagen en 'n paardje, een ouwe hark en zijn zuster, 'n paar kalfkes en wat vee boerde hij. De hele dag, van 's morgens vroeg totdat hij 's avonds de todhoop indook, keuterde Willeke. Kon hij met zijn werk niet klaar komen, dan was het zijn broer Narus of een van de buren, die hem hielp*. Of het waren, naar hij zei, de kabouters, die hem een handje toestaken. U ziet het, de kabouters hielpen Willeke, vanwege zijn prul- en kulgedrag voortaan Kulhannes genoemd, als het nodig was. Hij kende dan ook alle kleine prul-, kloot- en werkmênnekes van Liempt, onder andere Brobbeloentje, Erwtenroeleke en Putpikoe.
[*hielpen]
Het was een mager blond mênneke met grote voeten, een peervormig gezicht en een spitse neus, met stijle oren, heldere ogen en rood haar.
Willeke van Jaonekes, zo heette dit boerenmanneke. Op een doordeweekse dag liep hij op klompen en 's zondags na de Hoogmis, droeg hij 'ne blauwe kiel met stenen knopen. Met een hondje, dat niet luisterde, en z'n zuster, die met een ouwe hark gruwelijk werken kon, woonde Willeke in een huiske op Den Berg.
Iedereen kende Willeke, want Willeke was 'nen plezierige kerel, "'ne oelekerd" van 'n vent, die graag buurtte. Als er te praten viel, kruijde hij er van alles uit. Hij wist altijd wat en als er weinig te zeggen viel, buurtte hij nog. Hij was zogezegd een "lulbruur". Bovendien was Willeke 'nen echte kulhannes.
Als hij iemand op z'n schroef zetten kon, dan deed hij dit. Zo was Willeke, 'n lulbruur en kulhannes tegelijk.
Echter niet alleen buurten en kullen, deed dit mênneke. Ook werken kon hij. Dat moet gezegd worden. Door te werken, meende hij recht de hemel in te kunnen stappen. Met 'nen kruiwagen en 'n paardje, een ouwe hark en zijn zuster, 'n paar kalfkes en wat vee boerde hij. De hele dag, van 's morgens vroeg totdat hij 's avonds de todhoop indook, keuterde Willeke. Kon hij met zijn werk niet klaar komen, dan was het zijn broer Narus of een van de buren, die hem hielp*. Of het waren, naar hij zei, de kabouters, die hem een handje toestaken. U ziet het, de kabouters hielpen Willeke, vanwege zijn prul- en kulgedrag voortaan Kulhannes genoemd, als het nodig was. Hij kende dan ook alle kleine prul-, kloot- en werkmênnekes van Liempt, onder andere Brobbeloentje, Erwtenroeleke en Putpikoe.
[*hielpen]
Beschrijving
Informatie over de verteller, Willeke van Jaonekes, bijgenaamd Kulhannes, een lulbruur, die met zijn zuster en een hondje in een huisje op Den Berg woonde en leefde van wat gekeuter.
Bron
Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 7
Commentaar
voor 1992
Naam Overig in Tekst
Willeke van Jaonekes   
Kulhannes   
Liempt   
Brobbeloentje   
Erwtenroeleke   
Putpikoe   
Den Berg   
Naam Locatie in Tekst
Narus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
