Hoofdtekst
Geprul in en na de avondschool
Kulhannes was twaalf jaar oud, toen hij op 'n vrijdagmiddag de taalschool verliet en de andere dag aan het werk moest. Niet omdat hij zich niet wijs genoeg achtte, "volleerd waar, zogezeed", maar meer omdat zijn vader het wilde, bezocht hij daarna de avondschool.
"Dè waar te doen in de skool neffen langst de Keefheuvel. Drie of vier keres in de week worde d'r in de winterdag dûr de mister les gegeven. Hij leerde ons 'n bietje rekenen, lezen en skrijven, mêr 't hi nie veul afgedaon, mêin ik. 'k Weet er niks mêr af. Wê'k wel weet, is, dè wêllie, ês we nao de aovendskool op hoos aon toepelden, mi keres kloterij dinnen uithaolen. Dê waar mee te doen en de mister mos 't nogal 'ns kunnen", vertelde Kulhannes.
Dat de jongens, die de avondschool bezochten, niet alleen kwamen om nog wat bij te leren, ondervond de meester, die zich geen wind in de broek liet blazen.
Het was winteravond. De stroeve wijzers van de oude avondschoolklok kropen traag in de richting van kwart over zeven. Buiten was het koud en donker. Binnen, in de klas, was het stil en kil. Kulhannes en zijn klasgenoten zaten in de houten banken strak en gespannen voor zich uit te kijken. De meester stond voor in de klas, naast de hoge lessenaar. Achter zijn brede rug verborgen zich twee trillende handen en zijn kin stak scherp af tegen het onbeschreven zwarte bord. Hij keek lelijk en zei niks. Plotseling barstte hij uit: "Wie van jullie heeft er vanavond stront aan de klink van de schooldeur gesmeerd?" Niemand zei iets. "Wie van jullie heeft er stront gebruikt?" klonk weer diezelfde scherpe snijdende stem. Weer bleef 't stil. Het hoofd van de meester werd roder en roder en blies zich op tot 'nen ronde bal. "Voor de laatste keer. Wie van jullie heeft mij vuile handen bezorgd?" brulde de meester, die met 'n gebalde vuist op de klep van de lessenaar sloeg en toen hij weer geen antwoord kreeg alle jongens de klas uitjoeg.
"Wè waar ie toch kaot. Gruwelijk. Hij kos bekant nie proaten van kaoiïghêd. En hij hâ nog 'n bietje poep aon z'n vingers ôk", grapte Kulhannes, toen hij met enkele klasgenoten op weg naar huis was.
Niet zo kwaad, althans zo leek het, was de meester een week later, toen hij in 't donker over 'n strak gespannen draad in het hekkengat van het schoolplein was gevallen en Willem de Skeper, Bertje Kelders, Hermes Hurk en Driek van der Meijden 'n zwarte hond hadden meegelokt en in de klas van de avondschool lieten rondlopen. Niemand wist van wie de hond was. Wat en hoe vaak de meester het ook vroeg, niemand wist 't. De hond voelde zich in de klas op z'n gemak en wou niet naar buiten. Ook de meester bleef rustig en liet door een van de jongens, Piet Egelmeers, de veldwachter, roepen.
"De veldwaochter kwaamp mee, din verinkens beurs kijken en zin, dê-t-ie de hond kapot wou skieten. De mister wies toen gelijk van wie dieën zwarte hond waar", vertelde Kulhannes.
Kulhannes was twaalf jaar oud, toen hij op 'n vrijdagmiddag de taalschool verliet en de andere dag aan het werk moest. Niet omdat hij zich niet wijs genoeg achtte, "volleerd waar, zogezeed", maar meer omdat zijn vader het wilde, bezocht hij daarna de avondschool.
"Dè waar te doen in de skool neffen langst de Keefheuvel. Drie of vier keres in de week worde d'r in de winterdag dûr de mister les gegeven. Hij leerde ons 'n bietje rekenen, lezen en skrijven, mêr 't hi nie veul afgedaon, mêin ik. 'k Weet er niks mêr af. Wê'k wel weet, is, dè wêllie, ês we nao de aovendskool op hoos aon toepelden, mi keres kloterij dinnen uithaolen. Dê waar mee te doen en de mister mos 't nogal 'ns kunnen", vertelde Kulhannes.
Dat de jongens, die de avondschool bezochten, niet alleen kwamen om nog wat bij te leren, ondervond de meester, die zich geen wind in de broek liet blazen.
Het was winteravond. De stroeve wijzers van de oude avondschoolklok kropen traag in de richting van kwart over zeven. Buiten was het koud en donker. Binnen, in de klas, was het stil en kil. Kulhannes en zijn klasgenoten zaten in de houten banken strak en gespannen voor zich uit te kijken. De meester stond voor in de klas, naast de hoge lessenaar. Achter zijn brede rug verborgen zich twee trillende handen en zijn kin stak scherp af tegen het onbeschreven zwarte bord. Hij keek lelijk en zei niks. Plotseling barstte hij uit: "Wie van jullie heeft er vanavond stront aan de klink van de schooldeur gesmeerd?" Niemand zei iets. "Wie van jullie heeft er stront gebruikt?" klonk weer diezelfde scherpe snijdende stem. Weer bleef 't stil. Het hoofd van de meester werd roder en roder en blies zich op tot 'nen ronde bal. "Voor de laatste keer. Wie van jullie heeft mij vuile handen bezorgd?" brulde de meester, die met 'n gebalde vuist op de klep van de lessenaar sloeg en toen hij weer geen antwoord kreeg alle jongens de klas uitjoeg.
"Wè waar ie toch kaot. Gruwelijk. Hij kos bekant nie proaten van kaoiïghêd. En hij hâ nog 'n bietje poep aon z'n vingers ôk", grapte Kulhannes, toen hij met enkele klasgenoten op weg naar huis was.
Niet zo kwaad, althans zo leek het, was de meester een week later, toen hij in 't donker over 'n strak gespannen draad in het hekkengat van het schoolplein was gevallen en Willem de Skeper, Bertje Kelders, Hermes Hurk en Driek van der Meijden 'n zwarte hond hadden meegelokt en in de klas van de avondschool lieten rondlopen. Niemand wist van wie de hond was. Wat en hoe vaak de meester het ook vroeg, niemand wist 't. De hond voelde zich in de klas op z'n gemak en wou niet naar buiten. Ook de meester bleef rustig en liet door een van de jongens, Piet Egelmeers, de veldwachter, roepen.
"De veldwaochter kwaamp mee, din verinkens beurs kijken en zin, dê-t-ie de hond kapot wou skieten. De mister wies toen gelijk van wie dieën zwarte hond waar", vertelde Kulhannes.
Beschrijving
De meester van de avondschool grijpt in stront, gesmeerd aan de deurklink, en stuurt de hele klas weg. Hij valt in het donker over een strakgespanen draad en een hond wordt meegelokt de klas in en moet door de veldwachter verwijderd worden.
Bron
Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 137
Commentaar
voor 1992
Naam Overig in Tekst
Kulhannes   
Keefheuvel   
Willem de Skeper   
Bertje Kelders   
Hermes Hurk   
Driek van der Meijden   
Piet Egelmeers   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
