Hoofdtekst
Als ik wat laat naar huis toekom,
begint mijn vrouw te kijven.
Wat doe'k niet om haar gebrom
A1 spoedig heen te drijven?
Ik zing een lied voor 't venster dan,
Al tromm'lend op de ruiten:
Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten enz.
Zoo dra het onweer wat verzacht,
Dan kom ik voor de pinnen.
'k Heb u iets lekkers meegebracht,
Toe speel het lustig binnen!
En krijg er zelf een stuksken van
Om 't vreeverband te sluiten:
Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten, enz.
Het kindje paaien is een last,
Men zou er bij vergrijzen.
Ik neem den kleinen beugel vast,
En laa[t] hem biezebijzen.
Of geef bij 't lied van "Ruiter Jan"
Hem papken met beschuiten,
Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten, enz.
Een broksken boter of wat vet,
Op onze roggenstuiten,
Naast 't werkzaam vrouwken altijd net
Weert d'armoe bij ons buiten:
Zoo leef ik als een zalig man,
Tot ik mijn oogen sluiten:
En wie mijn lied niet zingen kan,
Die moet het dan maar fluiten, enz.
begint mijn vrouw te kijven.
Wat doe'k niet om haar gebrom
A1 spoedig heen te drijven?
Ik zing een lied voor 't venster dan,
Al tromm'lend op de ruiten:
Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten enz.
Zoo dra het onweer wat verzacht,
Dan kom ik voor de pinnen.
'k Heb u iets lekkers meegebracht,
Toe speel het lustig binnen!
En krijg er zelf een stuksken van
Om 't vreeverband te sluiten:
Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten, enz.
Het kindje paaien is een last,
Men zou er bij vergrijzen.
Ik neem den kleinen beugel vast,
En laa[t] hem biezebijzen.
Of geef bij 't lied van "Ruiter Jan"
Hem papken met beschuiten,
Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten, enz.
Een broksken boter of wat vet,
Op onze roggenstuiten,
Naast 't werkzaam vrouwken altijd net
Weert d'armoe bij ons buiten:
Zoo leef ik als een zalig man,
Tot ik mijn oogen sluiten:
En wie mijn lied niet zingen kan,
Die moet het dan maar fluiten, enz.
Beschrijving
levenslied met refrein:
"Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten."
"Hij die geen liedje zingen kan,
Die moet er maar eentje fluiten."
Bron
Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 144-145
Commentaar
voor 1992
Naam Overig in Tekst
Ruiter Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
