Hoofdtekst
Geestigh besluyt.
Een verwaaten mensch, siende twee Soldaten malkander scherp bieden, liep daer tusschen om vrede te maken. Maer wordende daer over self in 't hoofdt gewond; soo wiert hy by den Barbier gebracht, de welcke siende dat hy zwaar gewondt was; soo wilde hy sien oft sijne harssenen oock gequest waren, maer terwijl hy socht naer de harssenen, seyde een die daer by stondt: ghy soekt vergeefs naer de harssenen: want soo dese oyt harssenen gehadt hadde, soo soude hy sich soo licht niet in een vreemden handel gestooken hebben.
Een verwaaten mensch, siende twee Soldaten malkander scherp bieden, liep daer tusschen om vrede te maken. Maer wordende daer over self in 't hoofdt gewond; soo wiert hy by den Barbier gebracht, de welcke siende dat hy zwaar gewondt was; soo wilde hy sien oft sijne harssenen oock gequest waren, maer terwijl hy socht naer de harssenen, seyde een die daer by stondt: ghy soekt vergeefs naer de harssenen: want soo dese oyt harssenen gehadt hadde, soo soude hy sich soo licht niet in een vreemden handel gestooken hebben.
Beschrijving
Een man ziet twee soldaten vechten en probeert ze stoppen, maar raakt zelf gewond en wordt naar een chirurgijn gebracht. Die wil kijken of zijn hersenen beschadigd zijn, waarop een ander opmerkt dat de gewonde man die niet heeft, anders had hij zich nooit in het gevecht gemengd.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22