Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB014 - Aerdige reeden-wisselingh.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Aerdige reeden-wisselingh.
Een Edelman te Geneven, siende een Boer voor-by sijn deur gaen, vraeghde hem scherswijs, om welcke tijt van 't jaer de Boeren 't meeste playzier hadden? in de Winter antwoordde den Boer: want als wy by 't vuur sitten, soo braden wy rapen en kastanjen, en als wy s avonts gegeten hebben, soo gaen wy te bedde leggen, en slapen de gheheelen nacht onbesorght door: laatende als dan de vuyle dampen door onse bovenste en onderste keel van ons vliegen. Wat dunckt u van sulken leeven? My dunckt, antwoorde de Edelman, ghy moet nae in maeghschap van de Zwijnen zijn. Maer, vraeghde de Boer weerom, om welcke [p. 8] tijdt van 't jaer hebt ghy u meest vermaeck? in de Lent, antwoorde d' Edelman, want dan is alles lustigh, en op sijn best. Soo zijt ghy, vervolghde de Boer, van mijn Ezels maeghschap, Want die heeft in die tijdt sulck een vermaek. dat hy nimmer van tieren en raasen op-houdt.

Beschrijving

Een boer vertelt een edelman dat hij de winter het mooiste seizoen vindt. Rond het vuur zitten, lekker eten en 's avonds onbezorgd slapen, lichaamsgassen daargelaten. De edelman vindt de boer familie van de zwijnen en vindt zelf de lente het mooist. Alles is dan 'lustig' en op z'n best. De boer antwoordt dat hij dan familie van zijn ezel is, die weet in de lente ook van geen ophouden.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Naam Locatie in Tekst

Geneve    Geneve   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22