Hoofdtekst
Potsigh bescheyt van een Ezel-drijver.
Eenige Studenten, buyten de stadt Napels wandelende, ontmoeten eenen Boer, die op een Ezel ree: en hoorende den Ezel ysselijk schreeuwen, soo beschrobden sy den Boer, dat hy sijn Ezel buyten de tijdt van 't Iaer dus schreeuwen liet. Den boer, niet slinks, antwoorden haer: 't En is anders mijn Ezels gewoonte gants niet, buyten tyts aldus te schrewen, maer als hem yemant van syn broeders, of na vrienden ontmoeten, dan begint hy altijt van blijdtschap te schreewen, het zy buytens tijt of niet.
Eenige Studenten, buyten de stadt Napels wandelende, ontmoeten eenen Boer, die op een Ezel ree: en hoorende den Ezel ysselijk schreeuwen, soo beschrobden sy den Boer, dat hy sijn Ezel buyten de tijdt van 't Iaer dus schreeuwen liet. Den boer, niet slinks, antwoorden haer: 't En is anders mijn Ezels gewoonte gants niet, buyten tyts aldus te schrewen, maer als hem yemant van syn broeders, of na vrienden ontmoeten, dan begint hy altijt van blijdtschap te schreewen, het zy buytens tijt of niet.
Beschrijving
Studenten geven commentaar op een boer, omdat zijn ezel buiten de tijd van het jaar aan het schreeuwen is (buiten de lente). De boer zegt dat de ezel zo schreeuwt, omdat hij zijn soortgenoten ziet.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt,, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Locatie in Tekst
Napels   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
