Hoofdtekst
Cluchtige History.
't Gebeurde op een tijdt, dat een hollandts Matroos, Ian genaemt, noyt op Spanje gevaren hebbende, aldaer voor d'eerste mael aen quam. En ghelijck de Spanjaerts de Hollanders altijdt Ian heten (ghelijck wy hier de Ioden Speck nae-roepen) soo ghebeurden 't, als de Matroos daer voorby een Schoen-makers winckel wandelde, dat de knechts begonnen te roepen: he Ian, Ian! hy om-kijkende, bleef staen, en sprack: hoe Duyvel weet ghy dat ik Ian heet? de schoen-makers geen duyts konnende, riepen, vermidts hy staen bleef, te meer, Ian, Ian. De Boodtsgezel, verwondert staende, dat hy hier bekent was, hadde twee kaasen onder sijn arm, die hy mee van Hollant [p. 12] gebracht hadde; en hebbende in sijn Vaderlant noch een eenige suster, die Zye heette, soo seyde hy: indien gy my seggen kunt, hoe mijn suster heet, so sal ick u dese twee kazen geven. De knechts, hem hoorende prevelen, begosten hem wat te bespotten; en dewijl des Spanjaerds woort Sye seer gemeen is (ghemerckt het in 't Neerduyts Ia te seggen is) so gebeurden't datse tot twee of driemalen zije, riepen, het welk den Boodsgesel hoorende, dacht niet anders, of sijn suster was mede by haer bekent; gevende haer dan, na beloften, de sijn twe kasen, die de Spanjaarts, sonder te weten waerom, aen-namen.
't Gebeurde op een tijdt, dat een hollandts Matroos, Ian genaemt, noyt op Spanje gevaren hebbende, aldaer voor d'eerste mael aen quam. En ghelijck de Spanjaerts de Hollanders altijdt Ian heten (ghelijck wy hier de Ioden Speck nae-roepen) soo ghebeurden 't, als de Matroos daer voorby een Schoen-makers winckel wandelde, dat de knechts begonnen te roepen: he Ian, Ian! hy om-kijkende, bleef staen, en sprack: hoe Duyvel weet ghy dat ik Ian heet? de schoen-makers geen duyts konnende, riepen, vermidts hy staen bleef, te meer, Ian, Ian. De Boodtsgezel, verwondert staende, dat hy hier bekent was, hadde twee kaasen onder sijn arm, die hy mee van Hollant [p. 12] gebracht hadde; en hebbende in sijn Vaderlant noch een eenige suster, die Zye heette, soo seyde hy: indien gy my seggen kunt, hoe mijn suster heet, so sal ick u dese twee kazen geven. De knechts, hem hoorende prevelen, begosten hem wat te bespotten; en dewijl des Spanjaerds woort Sye seer gemeen is (ghemerckt het in 't Neerduyts Ia te seggen is) so gebeurden't datse tot twee of driemalen zije, riepen, het welk den Boodsgesel hoorende, dacht niet anders, of sijn suster was mede by haer bekent; gevende haer dan, na beloften, de sijn twe kasen, die de Spanjaarts, sonder te weten waerom, aen-namen.
Beschrijving
Een matroos, met twee kazen onder zijn arm, hoorde zijn naam roepen. Hij was verbaasd dat ze zijn naam wisten (voor Spanjaarden heten alle Hollanders Jan). Als ze de naam van zijn zus zouden raden, gaf hij de twee kazen. De Spanjaarden antwoorden met 'sye' (ja) en dat was ook de naam van zijn zus (Zye).
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Hollander   
Spanjaard   
Jan   
Zye   
Naam Locatie in Tekst
Holland   
Spanje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
