Hoofdtekst
Aardige woorden-slagh van een Iuffer.
Een Iongman met eenighe jonge luyden in geselschap zijnde, versocht, sigh te mogen abzenteeren, vermidts hy sich niet wel bevondt. Een Iuffer, hem vraghende, wat hem schorte, kreeg ten antwoord: dat hy een wind ghevat hadt, en daer over qualick gheworden was Maer, vraeghde sy voort, u, sedert wanneer hebt ghy die wint gevat? 't is, antwoorde hy, omtrent twee uuren geleeden, wel, sloeg sy daer op, toen is' er my juyst een ontvloogen.
Een Iongman met eenighe jonge luyden in geselschap zijnde, versocht, sigh te mogen abzenteeren, vermidts hy sich niet wel bevondt. Een Iuffer, hem vraghende, wat hem schorte, kreeg ten antwoord: dat hy een wind ghevat hadt, en daer over qualick gheworden was Maer, vraeghde sy voort, u, sedert wanneer hebt ghy die wint gevat? 't is, antwoorde hy, omtrent twee uuren geleeden, wel, sloeg sy daer op, toen is' er my juyst een ontvloogen.
Beschrijving
Een jongeman heeft een koutje gevat, omdat hij in de wind heeft gestaan. Een vrouw laat weten dat zij twee uur geleden een wind heeft gelaten.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22