Hoofdtekst
[p. 15]
Geestigh bescheydt van een Boerin.
Zeekere Boerinne, een Doctor ghehaelt hebbende, om den selven haer mans water te laten sien; Vermidts hy sieck geworden was, soo sagh den Doctor in het glas een reflectie spelen, van een wapen, dat in een raemglas gheschildert was, in welck wapen oock een wagen was, den Doctor, siende en weer siende, soo vraeghde de Vrouwe hem, wat haren man lette? Moeder antwoorde hy, uw' Man heeft een wagen in 't lijf. Ia, antwoorde sy, dat geloof ick wel, ick heb dese morghen den dissel-boom noch in mijn handt gehadt.
Geestigh bescheydt van een Boerin.
Zeekere Boerinne, een Doctor ghehaelt hebbende, om den selven haer mans water te laten sien; Vermidts hy sieck geworden was, soo sagh den Doctor in het glas een reflectie spelen, van een wapen, dat in een raemglas gheschildert was, in welck wapen oock een wagen was, den Doctor, siende en weer siende, soo vraeghde de Vrouwe hem, wat haren man lette? Moeder antwoorde hy, uw' Man heeft een wagen in 't lijf. Ia, antwoorde sy, dat geloof ick wel, ick heb dese morghen den dissel-boom noch in mijn handt gehadt.
Beschrijving
Een dokter onderzoekt de urine van een zieke man en ziet daarin de weerspiegeling van het familiewapen, waarop een wagen staat. Hij zegt dat de man een wagen in zijn lichaam heeft en de vrouw zegt dat ze inderdaad de 'disselboom' vanochtend nog in haar handen had.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22