Hoofdtekst
Snaaksche vraagh van een Boerin.
Zeeker Boerin, bracht op een tijdt haer Mans Water by een Docter: en als desen 't sijne geseyt hadde; so deê sy daer by, dat' er hem op-quam in de keel, vraaghende dan: oft het niet wel de op-stijging van de Moêr mochte wesen? En als den Docter hem niet onthouden konde van lachen, so sey sy: hoe? en hebben de Mans geen Moêr? Neen, antwoorde hy, maer hem quelt de op-stijging van de Vaer.
Zeeker Boerin, bracht op een tijdt haer Mans Water by een Docter: en als desen 't sijne geseyt hadde; so deê sy daer by, dat' er hem op-quam in de keel, vraaghende dan: oft het niet wel de op-stijging van de Moêr mochte wesen? En als den Docter hem niet onthouden konde van lachen, so sey sy: hoe? en hebben de Mans geen Moêr? Neen, antwoorde hy, maer hem quelt de op-stijging van de Vaer.
Beschrijving
Een vrouw vraagt de dokter of de problemen van haar man soms te maken hebben met het 'opstijgen' van zijn baarmoeder, waarop de dokter in lachen uitbarst.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22