Hoofdtekst
Quinck slagh.
Een Vrouw, van haer Man weynig vermaeck hebbende, ontboodt hem eens voor den Rechter, alsoo sy prefumeerde, dat hy te met vreemt Vrouw-volck besogt. Beyde gecompareert zijnde, soo wierd de Vrouw gevraeght, [p. 50] wat zy te seggen had Mijn Heeren, antwoordde, zy soude het al geseyt hebben, maer de beschaemtheyt doet my swijgen. Derft ghy 't niet seggen, sey den Rechter, soo schrijft het op een brieftie Zeer wel, sey de Vrouw. En als zy soude schrijven, sette zy de pen, sonder inck op het papier. Maer de wijl zy al schreef, sonder inkt op't papier te komen, so sey den Rechter: Wijfie, uw pen en geeft geen inckt. Myn Heer, seyde sy, dat is 't, dat ick van myn man seggen wilde.
Een Vrouw, van haer Man weynig vermaeck hebbende, ontboodt hem eens voor den Rechter, alsoo sy prefumeerde, dat hy te met vreemt Vrouw-volck besogt. Beyde gecompareert zijnde, soo wierd de Vrouw gevraeght, [p. 50] wat zy te seggen had Mijn Heeren, antwoordde, zy soude het al geseyt hebben, maer de beschaemtheyt doet my swijgen. Derft ghy 't niet seggen, sey den Rechter, soo schrijft het op een brieftie Zeer wel, sey de Vrouw. En als zy soude schrijven, sette zy de pen, sonder inck op het papier. Maer de wijl zy al schreef, sonder inkt op't papier te komen, so sey den Rechter: Wijfie, uw pen en geeft geen inckt. Myn Heer, seyde sy, dat is 't, dat ick van myn man seggen wilde.
Beschrijving
Een vrouw sleept haar man voor de rechter, omdat hij het met andere vrouwen houdt en gaan aandacht aan haar besteedt. Zij durft dit niet hardop te zeggen en moet het opschrijven van de rechter, maar er komt geen inkt uit de pen. De vrouw laat weten dat dat precies het probleem is wat zij met haar man heeft.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22