Hoofdtekst
't Byslaapen is niet verachtelijck.
Eenige gheveynsde Vrouwen, spreeckende heel verachtelijck van de gheneuchte des Huuwelyks, wierden van een Menniste Susje, dat daer by was, tegen gesproken hoe, seyde een van allen, wild ghy syne juster, die grove vleeslijcke werken voor-staen? Waerom niet, antwoorde het Tibbetie? het is geen schandt: want Koningen en Princen doen t wel; 't en is oock gheen Zondt: Want Predicanten doen 't oock; en 't en is oock niet vuyl: Want de Vrouwen niet willen dattet de meyden doen.
Eenige gheveynsde Vrouwen, spreeckende heel verachtelijck van de gheneuchte des Huuwelyks, wierden van een Menniste Susje, dat daer by was, tegen gesproken hoe, seyde een van allen, wild ghy syne juster, die grove vleeslijcke werken voor-staen? Waerom niet, antwoorde het Tibbetie? het is geen schandt: want Koningen en Princen doen t wel; 't en is oock gheen Zondt: Want Predicanten doen 't oock; en 't en is oock niet vuyl: Want de Vrouwen niet willen dattet de meyden doen.
Beschrijving
Een aantal vrouwen spreekt negatief over de geneugten van het huwelijk. Een is het daar niet mee eens, want het is geen schande (koningen doen het ook), geen zonde (predikanten doen het ook) en niet vies (de vrouwen willen niet dat de meid het doet).
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22