Hoofdtekst
d'Onnooz'le Boer.
Een Boer, by een Goudsmit komende, sey, dat hy zijn wapen wel wouw ghesneeden hebben. De Goudtsmit vraeghde Wat is uw Wapen? De Boer antwoorde; Ick weet [niet] ghy moet soo yets pracktiseeren een Paart of een Koe, oft een Ezel. Seer wel, sey de Goudtsmit. blyft dan wat staen, ick salder u self op setten, dat sal best gelijcken. Ia, ia sey de Boer daer op, dat s goet ick heb een hondt setter die by, wat een hondtvodt sey de goudtsmit. Neen, sey den boer weerom die is te kleyn setter den heelen hondt op.
Een Boer, by een Goudsmit komende, sey, dat hy zijn wapen wel wouw ghesneeden hebben. De Goudtsmit vraeghde Wat is uw Wapen? De Boer antwoorde; Ick weet [niet] ghy moet soo yets pracktiseeren een Paart of een Koe, oft een Ezel. Seer wel, sey de Goudtsmit. blyft dan wat staen, ick salder u self op setten, dat sal best gelijcken. Ia, ia sey de Boer daer op, dat s goet ick heb een hondt setter die by, wat een hondtvodt sey de goudtsmit. Neen, sey den boer weerom die is te kleyn setter den heelen hondt op.
Beschrijving
Een boer wil een (familie)wapen laten maken bij de goudsmid en wil ook zijn hond er op. De goudsmid noemt hem een 'hondsvot' (scheldwoord, letterlijk: vrouwelijk geslachtsdeel van een hond), waarop de boer zegt dat zijn hele hond er op moet.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22