Hoofdtekst
Disputatie.
Een Opponent, niet wel by gesicht, hebbende verscheyde argumenten, tot weer-leggingh van een Corollarium (by den Respondene voorgestelt) by gebracht, en sijn saeck, so hy meende, heel klaer bewesen, voeghdender ten uyt-eynde van zijn reden by: Qui hoc non videt,coecus est. Waer op den Respondens, [p. 108] met een stadigh aenghesicht, niet anders antwoordde als: Coecum video. 't Geen 't gheheele auditorium in lachen dede uytbarsten.
Een Opponent, niet wel by gesicht, hebbende verscheyde argumenten, tot weer-leggingh van een Corollarium (by den Respondene voorgestelt) by gebracht, en sijn saeck, so hy meende, heel klaer bewesen, voeghdender ten uyt-eynde van zijn reden by: Qui hoc non videt,coecus est. Waer op den Respondens, [p. 108] met een stadigh aenghesicht, niet anders antwoordde als: Coecum video. 't Geen 't gheheele auditorium in lachen dede uytbarsten.
Beschrijving
Iemand met een slecht gezichtsvermogen, verdedigt zijn standpunt en zegt in het Latijn: "Qui hoc non videt, coecus est" (Wie dit niet ziet, is blind). Iemand antwoordt met: "Coecum video" (Ik zie een blinde).
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Latijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
