Hoofdtekst
Een oudt Man met een jonge Vrouw, als die zich t'zaamen door den trouw verbinden. Krijghen beyde berouw.
Een Vryer, wiens Iaeren schijven vry wat tellens aen hadden, wiert door het gesicht van een loddelijck Diertje, soo tot min ontsteken, dat hy niet misten voor hy uyt de kerk onder de lakens met'er quam, maer swavelstock brandt licht, doen is haest verteert. Zoo ginght, Moer most veeltijdts Vasteldagh houwen. En wat zy badt en smeeckte, hy wouw wel maer hy kon niet, ten lasten zijn on-macht bekennende sloegh dit gheluyt, nu bevind ick, dat in mijn jonckheydt mijn een Vrouw, ontbroocken [p. 109] heeft, maer in mijn ouderdom mijn Vrouw een Man ontbreeckt.
Een Vryer, wiens Iaeren schijven vry wat tellens aen hadden, wiert door het gesicht van een loddelijck Diertje, soo tot min ontsteken, dat hy niet misten voor hy uyt de kerk onder de lakens met'er quam, maer swavelstock brandt licht, doen is haest verteert. Zoo ginght, Moer most veeltijdts Vasteldagh houwen. En wat zy badt en smeeckte, hy wouw wel maer hy kon niet, ten lasten zijn on-macht bekennende sloegh dit gheluyt, nu bevind ick, dat in mijn jonckheydt mijn een Vrouw, ontbroocken [p. 109] heeft, maer in mijn ouderdom mijn Vrouw een Man ontbreeckt.
Beschrijving
Een oude man en jonge vrouw trouwen, maar krijgen spijt. Het lukt de man niet om de liefde te bedrijven met zijn vrouw.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22