Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB126 - Van een VVeert en een Reysiger.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van een VVeert en een Reysiger.
't Is niet verre van hier voor ontrent twee jaeren ghebeurt dat seker persoon, door een Dorp reysen quam, daer hy eens plaisterde, dewijl hy heet gegaen was, eiste schoon het na de middagh was een dronck brande-wijn, blijvende met de selve voor de deur zitten, om terstondt weer wegh te spoeden, 't ghebeurde terwijl hy daer sat dat de Weert, om de moeytte te sparen van uyt te gaen, in 't hoeckje van de deur binnens huys, sijn blaas ontlasten, en de wijl hy al wel by dranck was; en dit niet missen kan, dat die veel drinckt veelpissen moet, maeckte, hy geen kleine plas. Onse maet dese onfatsoenlickheyt siende, onderstont de Weert te vragen, wat hem moveerde, sijn eygen wooninge soo te ontreynigen, 't sal 't u seggen, sey de Weert, 't is maer een huurpaert, ick trecker morgen uyt, die'er in komt mach t weêr vegen en schoon maken. Wel, sey den Reysiger, grooter achterlast hebbende, ick salder 't mijne ook toedoen, op dat sy van beydts vinden, en sijn broeck af-strijckende, ley'er in een hoeck een die niet klein was. Wat doeje daer, riep de Weert, 't is maer een Huurpaart, sey den drucker, wat isser u aen gelegen, ick trecker daedtlijck uyt.

Beschrijving

Een reiziger rust uit en ziet de waard in een hoekje van zijn huis plassen. De waard zegt dat het huis maar gehuurd is en hij er morgen uit gaat en dan zit iemand anders met de troep. De reiziger gaat vervolgens poepen in een hoek, want hij trekt zo toch weer verder.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22