Hoofdtekst
Van een Vrouw-mensch die de brand boven de knye had.
Een Vrouw-mensch gaende bloot-beens by de wegh, alwaer haer een Mans-persoon ontmoetende, seggende tot haer: vrou-mensch hoe zijn u de beenen soo root? Daer sy op antwoorde, ende seyde: Ick hebbe het vuyr daer boven, hy weder seggende, hebt ghy het vuyr daer boven? Soo steeckt my dit eynde van mijn lonte aen, sy het eene been oplightende, lieter eene vliegen, ende seyde, houdt aen, het roockt al. Hy scheyde van haer al lacchende, en docht dit is wel geantwoordt.
Een Vrouw-mensch gaende bloot-beens by de wegh, alwaer haer een Mans-persoon ontmoetende, seggende tot haer: vrou-mensch hoe zijn u de beenen soo root? Daer sy op antwoorde, ende seyde: Ick hebbe het vuyr daer boven, hy weder seggende, hebt ghy het vuyr daer boven? Soo steeckt my dit eynde van mijn lonte aen, sy het eene been oplightende, lieter eene vliegen, ende seyde, houdt aen, het roockt al. Hy scheyde van haer al lacchende, en docht dit is wel geantwoordt.
Beschrijving
Een man vraagt een vrouw waarom haar benen zo rood zijn. Zij zegt dat ze het 'vuur' daarboven heeft. Waarop de man vraagt of ze het einde van zijn lont wil aansteken en zij een scheet laat.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22