Hoofdtekst
Van een die Droomde.
Een seker Man droomde dat hy Koningh van Zwolle was, en dat hy in de Hemel quam, en komende by S. Peter, die hem vraegde waer hy van daen quaem, en wie hy was, hy seyde, ick ben de Koning van Zwolle; S. Peter antwoorde, ick en kenne gheen Koningh van Zwolle, ick hebbe met u hier niet te doen, hy even wel tegen hem in dringende, en seide, ick wil daer in wesen, en quam so binnen, soo hem dochte, binnen wesende, seide tegen S. Peter, ik wil schijtten, waer doetmen dat hier? S. Peter seyde foey du beest, dat is hier geen gebruyck, men doet hier sulcks niet; hy seide wederom, wijst my hier een plaetse, of ick schijt u voor de voeten, S. Peter seide, kom dan du beest, hier, is een gat daer heeft wel eer de Mane gheseten, schijt dan daer door, soo valt het weder op der Aerden, hy ondertusschen begon sijn werck te doen, en scheet toe, en scheet sijn Huysvrouwe [p. 125] in de schoot; Doen gink het hem als men voor een spreeck woort segt, droomen is bedrogh, maer schijt in 't bedde ghy sult het vinden.
Een seker Man droomde dat hy Koningh van Zwolle was, en dat hy in de Hemel quam, en komende by S. Peter, die hem vraegde waer hy van daen quaem, en wie hy was, hy seyde, ick ben de Koning van Zwolle; S. Peter antwoorde, ick en kenne gheen Koningh van Zwolle, ick hebbe met u hier niet te doen, hy even wel tegen hem in dringende, en seide, ick wil daer in wesen, en quam so binnen, soo hem dochte, binnen wesende, seide tegen S. Peter, ik wil schijtten, waer doetmen dat hier? S. Peter seyde foey du beest, dat is hier geen gebruyck, men doet hier sulcks niet; hy seide wederom, wijst my hier een plaetse, of ick schijt u voor de voeten, S. Peter seide, kom dan du beest, hier, is een gat daer heeft wel eer de Mane gheseten, schijt dan daer door, soo valt het weder op der Aerden, hy ondertusschen begon sijn werck te doen, en scheet toe, en scheet sijn Huysvrouwe [p. 125] in de schoot; Doen gink het hem als men voor een spreeck woort segt, droomen is bedrogh, maer schijt in 't bedde ghy sult het vinden.
Beschrijving
Een man droomde dat hij in de hemel kwam en dat hij heel erg moest poepen. Toen hij wakker werd, had hij zijn vrouw ondergepoept.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Petrus [Sint Peter   
Sint Pieter]   
Naam Locatie in Tekst
Zwolle   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
