Hoofdtekst
Van een Boer die gheschooren wierd van een Vercken.
Een boer gaende eens nae een barbier, om sich te laten scheeren, quam onderweghen voor-by een Herberghe gâen, alwaer hy aengeroepen worde, en heeft hem daer vol en dol by de ghelaeghs-luyden ghesopen; En is, soo droncken wesende, wech ghegaen, en onderwegen hem de slaep aenkomende en over-vallende, begaf hem onder een boom om te slapen, en het ginck hem als men ghemeenlijck seght, een boer suypt wel een Emmer vol, en spouwt een Tobbe vol en heeft hem in de slaap dapper bespoogen, raeckte onderwijlen in een [p. 127] droom, en droomde dat hy geschoren worde, het welck oock eensdeels waer was, want daar quam een Vercken, en lickte hem de kroemen van de beck of, hy ondertusschen in de suyse wat ghewaer wordende, riep, Meester Ian, scheer sacht, het Verken voer voort tot dat hy weer aen riep, Meester Ian scheer sacht, dat u de duyvel hael scheer sacht: Eyndelick uyt sijnen droom ontwakend, stondt op, siende doe wat voor een Meester hem geschooren had.
Een boer gaende eens nae een barbier, om sich te laten scheeren, quam onderweghen voor-by een Herberghe gâen, alwaer hy aengeroepen worde, en heeft hem daer vol en dol by de ghelaeghs-luyden ghesopen; En is, soo droncken wesende, wech ghegaen, en onderwegen hem de slaep aenkomende en over-vallende, begaf hem onder een boom om te slapen, en het ginck hem als men ghemeenlijck seght, een boer suypt wel een Emmer vol, en spouwt een Tobbe vol en heeft hem in de slaap dapper bespoogen, raeckte onderwijlen in een [p. 127] droom, en droomde dat hy geschoren worde, het welck oock eensdeels waer was, want daar quam een Vercken, en lickte hem de kroemen van de beck of, hy ondertusschen in de suyse wat ghewaer wordende, riep, Meester Ian, scheer sacht, het Verken voer voort tot dat hy weer aen riep, Meester Ian scheer sacht, dat u de duyvel hael scheer sacht: Eyndelick uyt sijnen droom ontwakend, stondt op, siende doe wat voor een Meester hem geschooren had.
Beschrijving
Een boer valt straalbezopen in slaap en droomt dat hij geschoren wordt. Het is echter een varken dat zijn gezicht aan het aflikken is.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22