Hoofdtekst
Van een Priester tot Havelte.
In 't Lant van Drente is een Dorp gelegen, ghenaemt Havelte, daer was eertijdts een Priester, die op sijn Predickstoel, aldus tegens sijn Gemeente seyde: Ghy Boeren, ghy schelmen, ghy wort so hoovaerdigh, dat een eerlick man niet een kleedt kan laten maken, of ghy doet het na, maer tsa, seyde hy ick hebbe een vont bedaght, ick sal een broeck laten maken die ick met beyde handen op houden sal, dat kunt ghy schelmen niet wachten als ghy achter de ploegh gaet: En ghy moet oock weten dat het menschelijcke gheslaghte in [p. 126] verscheyden soorten verdeelt is, gelijck men de honden oock doet, als by exempel, by de Wints-honden werden vergeleeken de Edelen, en by de Leger-honden de Borgerlijcke staet, die daerom oock patricy genaemt worden, en by de Reekels, de boeren, daerom wilt ghy wel doen, so kleed u als Reekels, en niet als Windt-honden, ofte als Leger-honden. Hy worde daer over gecaffert, en daer wierde een ander in sijn plaetse ghesedt, 't welck een Wael was, die hy daer na noch op den predickstoel doot schoot so dat hy bewees dat hy een fijne Priester was, en hadde wel een van de twee-en-dertig quartieren, daer Philippus Marnix, Heer van S. Aldegonde van schrijft, verdient.
In 't Lant van Drente is een Dorp gelegen, ghenaemt Havelte, daer was eertijdts een Priester, die op sijn Predickstoel, aldus tegens sijn Gemeente seyde: Ghy Boeren, ghy schelmen, ghy wort so hoovaerdigh, dat een eerlick man niet een kleedt kan laten maken, of ghy doet het na, maer tsa, seyde hy ick hebbe een vont bedaght, ick sal een broeck laten maken die ick met beyde handen op houden sal, dat kunt ghy schelmen niet wachten als ghy achter de ploegh gaet: En ghy moet oock weten dat het menschelijcke gheslaghte in [p. 126] verscheyden soorten verdeelt is, gelijck men de honden oock doet, als by exempel, by de Wints-honden werden vergeleeken de Edelen, en by de Leger-honden de Borgerlijcke staet, die daerom oock patricy genaemt worden, en by de Reekels, de boeren, daerom wilt ghy wel doen, so kleed u als Reekels, en niet als Windt-honden, ofte als Leger-honden. Hy worde daer over gecaffert, en daer wierde een ander in sijn plaetse ghesedt, 't welck een Wael was, die hy daer na noch op den predickstoel doot schoot so dat hy bewees dat hy een fijne Priester was, en hadde wel een van de twee-en-dertig quartieren, daer Philippus Marnix, Heer van S. Aldegonde van schrijft, verdient.
Beschrijving
Een priester vertelt tijdens zijn preek dat de mensheid verdeeld is in verschillende groepen net zoals bij honden. Men moet zich kleden naar welke groep hij behoort.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Overig in Tekst
Philip [Philippus] Marnix   
Heer van St. Aldegonde   
Naam Locatie in Tekst
Drente   
Havelte   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
