Hoofdtekst
[p. 130]
Van een groot Man, die een kleyn wijf getrouwt hadde.
Een Man van onghemeene groote, wilde mede soo wel een Wijf hebben als een ander; Raeckte ten lesten tot sijn voor-nemen, en wierdt met een kleyn Wijfken de Bruydegom: met haer in vrydom komende, bekenden hy dat sy een lustige kom-in hadde, waer over hy aldus uyt voer: ick hadde niet gelooft dat sulck een kleynen Kasteel, so een grooten poorte hadde; sy daer en tegen seyde: dat sy noyt gelooft hadde, dat soo een grooten Man, soo weynigh Huys-raet by hem hadde: By aldien sy het geweten hadde, souse maer haer kleyne doortje open geset hebben.
Van een groot Man, die een kleyn wijf getrouwt hadde.
Een Man van onghemeene groote, wilde mede soo wel een Wijf hebben als een ander; Raeckte ten lesten tot sijn voor-nemen, en wierdt met een kleyn Wijfken de Bruydegom: met haer in vrydom komende, bekenden hy dat sy een lustige kom-in hadde, waer over hy aldus uyt voer: ick hadde niet gelooft dat sulck een kleynen Kasteel, so een grooten poorte hadde; sy daer en tegen seyde: dat sy noyt gelooft hadde, dat soo een grooten Man, soo weynigh Huys-raet by hem hadde: By aldien sy het geweten hadde, souse maer haer kleyne doortje open geset hebben.
Beschrijving
Een hele grote man trouwt een kleine vrouw. Hij is verbaasd dat zoiets kleins zo'n grote 'poort' kan hebben. Zij is verbaasd dat zoiets groots zo weinig 'huisraad' heeft.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22