Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB149 - Van de Boer die Hooy at.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van de Boer die Hooy at.
Een seker Boer eens by een Pape komende, om sijn Biechte te doen, werde van de Paep gevraeght; hoe hy hem in de Vasten gehouden hadde, of hy hem oock verloopen hadde met Vlees, ofte Eyeren te eeten? De Boer antwoorde dat hy den gheheelen Vasten niet als Hooy gegeten hadde: de Pape seyde, hoe is het moghelick dat ghy u soo hebt konnen [p. 137] behelpen? het was voorwaer een strengh leven, niet als Hooy te eeten, den gheheelen Vasten door. Maer hoe ginckt ghy dat aen? Ick, seyde de Boer, doode altemet een Hoen, en dan een Schaep, of een End-voghel: wel, seyde de Paep, is dat hooy? dat is Vleesch; houd het my dan dese mael te goede, ick hebbe nochtans van mijn Heer verstaen, dat hy predickte, dat alle vlees hooy was.

Beschrijving

Een boer zegt dat hij tijdens de vastenperiode alleen maar hooi gegeten heeft. De priester is onder de indruk, totdat blijkt dat hij vlees gehad heeft. Want volgens de boer zei de priester dat alle vlees hooi is.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22