Hoofdtekst
Van een Man die sijn Manlyckheydt verlooren hadde.
Een seecker Vrouwe was wijs ghemaeckt, dat haer Man sijn Manlijckheydt verlooren hadde; hy sulcks merckende, liet haer in dat geloove, en liet haer ongetroost legghen; Sy daer niet wel in te vreeden wesende, was seer verstoort, doch en seyde niet: Dit nu wat langh gheduert hebbende, begon het de Man selfs te verdrieten, en bewees haer weder een vriendschap. Sy daer over verwondert, ende verblijd wesende, seyde: Och! Lieve Man, hoe bent ghy daer weder aen ghekomen? Door hulpe van de Medecijns, seyde hy; Hoe ginkt ghy dat aen? Wy gingen in onse Stal, en sneden onse kleyne Tel het sijne af, en setteden dat selve weer soo warm aen mijn Lijf; Och lieve Man, seyde sy, ghy soudt de groote Bruyne genomen hebben.
Een seecker Vrouwe was wijs ghemaeckt, dat haer Man sijn Manlijckheydt verlooren hadde; hy sulcks merckende, liet haer in dat geloove, en liet haer ongetroost legghen; Sy daer niet wel in te vreeden wesende, was seer verstoort, doch en seyde niet: Dit nu wat langh gheduert hebbende, begon het de Man selfs te verdrieten, en bewees haer weder een vriendschap. Sy daer over verwondert, ende verblijd wesende, seyde: Och! Lieve Man, hoe bent ghy daer weder aen ghekomen? Door hulpe van de Medecijns, seyde hy; Hoe ginkt ghy dat aen? Wy gingen in onse Stal, en sneden onse kleyne Tel het sijne af, en setteden dat selve weer soo warm aen mijn Lijf; Och lieve Man, seyde sy, ghy soudt de groote Bruyne genomen hebben.
Beschrijving
Een vrouw wordt wijsgemaakt dat haar man zijn mannelijkheid is verloren. Als zij na een tijd weer de liefde bedrijven, vraagt de vrouw hoe dat kan en de man zegt dat hij dat deel van een paardje heeft afgesneden en bij zichzelf erop heeft gezet. Volgens de vrouw had hij het grootste paard moeten nemen.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22